Reisindustrie

Met TM-nummer 400 onder de arm naar The Travellers Club in London

‘The Travellers Club is a meeting place for gentlemen who had travelled abroad out of the British Isles to a distance of at least five hundred miles from London in a direct line; for their foreign visitors and for diplomats posted in London.’

Zo staat het op de website van The Travellers Club. Er zijn natuurlijk nog voorwaarden om binnen te mogen. Die ‘vijfhonderd miles’ is noch voor Robrecht, noch voor mij een probleem, maar je moet ook, onder andere, lid zijn. En dat zijn we niet. Of uitgenodigd worden. En dat kregen we wél voor mekaar.

Very British…

De ‘Gentlemen’s Club’, de meest Britse van alle Britse instellingen. Eeuwenoud en onverwoestbaar. Je vindt er ook een paar in Parijs of New York, maar dat is niet hetzelfde. Een ‘Gentlemen’s Club’ staat per definitie in London, liefst nog in Regent Street of vooral in Pall Mall. En daar staan wij dan voor de indrukwekkende gevel van de Travellers Club, nummer 106 Pall Mall, uitgenodigd door de heer Nick Van der Marliere, General Representative of the Gouverment of Flanders in the UK.

Het regent zoals het enkel in Londen kan regenen. Maar onze TM-nummers 400 zitten veilig in een plastiek zakje. Die willen we straks aan de gastheer geven, maar we moeten ze meteen afgeven als we bij de deurwachter komen in de inkomhal. Ook mijn fototas wordt tijdelijk in beslag genomen. We hadden de huisregels wellicht beter moeten lezen.

500 MILES

Een Gentlemen’s Club houdt altijd het been stijf en van die ‘500 mijl’-regel wordt nog steeds niet afgeweken. Nu is het een lachertje, maar in 1819, toen de club werd opgericht, werd er veel aandacht aan besteed. In het begin zijn zelfs enkele leden eruit gegooid omdat later bleek dat ze gelogen hadden. Omdat die namen gepubliceerd werden, hield iedere kandidaat zich verder trouw aan de regel. De club startte toen, na de slag bij Waterloo, de rust in Europa wat was teruggekeerd. Diplomaten uit de hele wereld, Britse en vreemde ‘royalty’, en hoge militairen waren meteen welkom als lid, maar vooral ook wereldreizigers, wetenschappers… In het ledenregister staan dan ook ronkende namen als Robert Fitzroy, de kapitein van de Beagle, ontdekkingsreiziger Wilfried Thesiger en de Franse ambassadeur, bisschop en rokkenjager Charles Maurice Talleyrand, voor wie ze op de brede trapleuning een bijkomende rail monteerden waar de moeilijk stappende tachtiger zich kon aan optrekken. Nog steeds is dit een blikvanger in het indrukwekkende gebouw.

Maar niet iedereen kwam zomaar binnen. William Thackeray, de schrijver van Vanity Fair, werd ‘black balled’, geweigerd dus. Ook Cecil Rhodes, stichter van Rhodesië; Lord Litton, onderkoning van India en Lord Primrose, graaf van Roseberry, kregen een beleefd maar duidelijk briefje.

Kandidaat-leden moeten door een aantal bestaande leden, die je al minstens drie jaar kennen, worden genomineerd en mogen, eenmaal zover, het jaarlijks lidgeld niet vergeten: zo’n tweeduizend euro.

Indrukwekkend gebouw

De thuishaven van de Travellers Club werd in 1832 ontworpen door Sir Charles Barry, die ook het bekende House of Parliament tekende. Hij liet zich inspireren door het Palazzo Pandolfino in Florence, dat door Raphael zou zijn ontworpen. Het gebouw wordt aan beide zijden geflankeerd door twee andere prominente clubs: The Atheneum Club en de Reform Club. Deze laatste werd gesticht om de ingrijpende Reform Act uit 1832 te steunen en nieuwe leden moeten nog altijd eerst getuigen dat ze volledig achter de bijna 200 jaar oude hervormingswet staan. De Reform Club verkreeg wereldwijde bekendheid toen Jules Verne zijn hoofdpersonage Phileas Fogg er liet vertrekken en weer aankomen in zijn ‘Reis rond de wereld in 80 dagen’. The Atheneum club heeft, naast (eerste) ministers en andere politiekers, vooral bisschoppen en aartsbisschoppen als lid.

We worden eerst naar de kelder geleid, waar we in een kleine maar goed gevulde bar worden bediend door een stijlvolle barman. Het is bijzonder stil in de bar. De Travellers club is de stilste club van Londen, wordt gezegd. En dat wordt bevestigd als we door de indrukwekkende bibliotheek lopen (een van de grootste verzamelingen reisboeken ter wereld), naar de prachtig gerenoveerde Coffee Room waar we zullen lunchen.

Nick Van der Marliere

Onze gastheer Nick Van der Marliere is sinds 2014 Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering in de UK. Hij bekleedde deze functie al eens tussen 2002 en 2008, maar verhuisde tussendoor naar Frankrijk en was daar o.a. betrokken bij Unesco en de OESO.

Hij is West-Vlaming en schakelt af en toe op dat dialect over naarmate het gesprek aan tafel vordert.

We hebben het over zijn brede opdracht om Vlaanderen, daar waar het ook kan, in the picture te zetten. Voor zijn werk bij de herdenking van WO I (hij is de man achter ‘The Flanders Fields Garden’ in Londen, waar aarde werd samengebracht van 70 Britse oorlogskerkhoven in Vlaanderen) werd hij Commandeur in de Kroonorde.

Hij weet precies wat omgaat in de Schot, de Ier, de Welshman en de Engelsman en kan de Brexit dan ook goed plaatsen. Hij kan er best mee leven dat heel zijn diplomatiek werk in de UK doorspekt wordt met tradities, protocol en oude gewoontes. Daarom voelt hij zich thuis in de Gentlemen’s Clubs.

En hij keek dan ook even verveeld toen Robrecht eerst zijn mobieltje bovenhaalde en wat later zijn agenda op tafel legde. Absoluut ‘not done’!

De kaarsrechte, grijze zaalmeester zag die ‘overtredingen’ wellicht niet. Tenminste, je kon het niet uit zijn blik afleiden. Daar kon je eigenlijk heel weinig uit afleiden. Hij wilde onze menukeuze kennen. Er stond korhoen op de kaart, de ‘famous’ grouse!  Het korte jachtseizoen van de korhoen mag je niet aan je laten voorbijgaan. Onze gastheer, die in de bar reeds zijn whiskykennis had gedemonstreerd, toonde nu ook zijn kant als wijnkenner en koos er een sublieme Franse wijn bij. Zoals verwacht: een overheerlijke wildsmaak.

De zaal zat mooi vol. Enkele heren hadden zelfs een dame uitgenodigd. Dat mag in de Travellers Club, als je maar in haar buurt blijft. Aan een lange tafel, langs de muur, staan stoelen enkel langs één kant. Daar moeten de leden lunchen die geen gasten meebrachten. Zo kunnen ze alleen maar elkaar lastigvallen.

Comments