Bestemmingen

Napoleon achterna op Sint-Helena

Sint-Helena, een Brits vulkaaneilandje in het zuiden van de Atlantische Oceaan, zo’n 2000 kilometer ten westen van Namibië en 4000 kilometer ten oosten van de stranden van Rio de Janeiro, was tot voor kort uitsluitend per postboot te bereiken, na een lange reis van vijf dagen uit Kaapstad. De opening van de luchthaven in oktober 2017 zet het nu gestaag op de toeristische kaart, al blijft de voorgespiegelde vliegende start uit. Napoleons residentie Longwood House, in het grootste windgat van het eiland, is tegenwoordig als museum –onder Franse vlag en op Frans grondgebied– te bezichtigen.

“…Het enige dat we hier te veel hebben, is tijd…”, dixit Napoleon – die naar hier verbannen werd.

Even een lesje aardrijkskunde. Sint-Helena is amper 122 vierkante kilometer groot (pakweg vijftien op elf kilometer), situeert zich op zowat dezelfde zuiderbreedte als Rio de Janeiro en Noord-Namibië, is onderdeel van het Brits overzees gebiedsdeel Sint-Helena, Ascension en Tristan da Cunha en is economisch volledig afhankelijk van het Verenigd Koninkrijk. Jaarlijks stort Londen hier 27 miljoen pond in de staatskas. De bevolking is ontstaan uit drie groepen: Afrikaanse slaven, Chinese arbeiders en Engelse kolonisten. De nog resterende 4200 inwoners van Sint-Helena (het aantal loopt al jaren terug) noemen zichzelf ‘Saints’ en voelen zich één grote familie: “We’re all Saints!” Vanwege het ontbreken van een vliegveld was het eiland tot oktober 2017 slechts bereikbaar per pakketboot, de RMS St Helena, na een reis van vijf dagen uit Kaapstad. De Britse overheid besloot reeds in 2011 om een internationale luchthaven aan te leggen op dit overzees gebied.

De bedoeling was om Sint-Helena een economische én toeristische boost te geven en zo de ontvolking een halt toe te roepen. Gladde marketeers beloofden 30.000 extra toeristen per jaar. Maar de Londen-kritiek was stevig. Waarom een gloednieuwe luchthaven voor het piepkleine overzeese territorium Sint-Helena terwijl Londen Heathrow (toen de drukste luchthaven van Europa, red.) dringend nood heeft aan een derde runway en al decennia wacht? En toch, de effectieve aanleg startte in 2013. Voor de bouw –uitgevoerd door een Zuid-Afrikaans bedrijf– werd 1000 ton rivierzand en 1000 ton duinzand geïmporteerd uit Namibië. Er moest een honderd meter diepe kloof gedicht en een toegangsweg van veertien kilometer aangelegd worden. Finaal bedroegen de kosten 285 miljoen Britse pond. De officiële opening, gepland voor 21 mei 2016, werd echter voor onbepaalde tijd uitgesteld vanwege een twijfelachtige testvlucht, uitgevoerd door British Airways-dochter Comair. Die kon slechts na een tweede poging landen en had veel hinder van windschering. Een gênante vertoning. Het verhaal gaat dat de piloot drie sigaretten en evenveel tassen koffie nodig had om terug onder de levenden te zijn, het angstzweet opdrogend vanuit het geopende cockpitvenster. De naakte feiten: de landingsbaan van afgerond 300 miljoen pond bleek onbruikbaar omdat het er te hard en te onvoorspelbaar waait. Pikant detail: Charles Darwin had die woelige winden reeds gemeld in 1836. Na vele onderzoeken, testen en testvluchten begon –na een nieuwe aanbesteding– de Zuid-Afrikaanse luchtvaartmaatschappij Airlink (een dochter van SAA) op 14 oktober 2017 met een ander vliegtuigtype (Embraer 190 i.p.v. de grotere Boeing 737 Max) een wekelijkse dienst vanuit Johannesburg naar het eiland. De eerste officiële lijndienst landde 45 minuten te laat en een jaar na de vooropgestelde datum. De luchthaven werd nooit officieel geopend, nog steeds spreekt men van een ‘soft opening’ en blijft de inhuldigingssteen naast de voordeur ongegraveerd.

Tropisch Brits

Sint-Helena werd in 1502 ontdekt door de Portugees João da Nova. Luidens de overlevering waren die eerste eeuwen een verschrikkelijke, oorlogszuchtige periode. Het verhaal begint met de reis die als bijproduct de ontdekking van Tristan da Cunha opleverde. Van 1645 tot 1659 werd het eiland opgeëist door de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In 1658 stichtte de British East India Company Jamestown en nam ze bezit van het eiland. In 1673 veroverden de Nederlanders wederom het eiland, maar ze werden twee maanden later weer door de Engelsen verdreven. Daarna is het eiland altijd in Engelse handen gebleven. Sint-Helena is vooral bekend omdat Napoleon Bonaparte vanaf 15 oktober 1815 de laatste jaren van zijn leven in ballingschap op het eiland heeft doorgebracht en er op 5 mei 1821 is overleden. Exact 200 jaar later zijn de gevoeligheden hieromtrent nog steeds zichtbaar op de bewegwijzering. Voor de Fransen is hij een held, icoon en vooral keizer. De Britten noemen hem gewoon ‘generaal Napoleon’.

Napoleon achterna

Het beperkte toerisme van het eiland –anno 2018 goed voor amper 1800 bezoekers per jaar (een cijfer dat dan nog grotendeels bepaald wordt door cruisegangers, red.) – legt nog steeds grote nadruk op dit historische feit. Napoleons residentie Longwood House, in het grootste windgat van het eiland, is tegenwoordig als museum –onder Franse vlag en op Frans grondgebied– te bezichtigen. Een ticket kost tien pond, fotograferen is verboden en wie een stempel in zijn paspoort wil, mag daarvoor een pond extra ophoesten. Met hetzelfde ticket kan je de graftombe bezoeken. Wie zijn huiswerk gemaakt heeft, weet dat deze leeg is: in 1840 bracht de Franse overheid het stoffelijk overschot naar Parijs, waar het bijgezet werd in het Hôtel des Invalides. Een miljoen mensen woonden toen die herbegraving bij. “In 2017 verkocht ik 2800 tickets, waarvan een tiental aan Fransen”, zegt Michel Dancoisne, ereconsul van Frankrijk en directeur van het lokaal nationaal patrimonium op Sint-Helena hierover. “Vooral het aanmeren van enkele cruiseschepen stuurde dat cijfer wat de hoogte in, maar het blijft natuurlijk gering. Daarom is Longwood slechts twee uur per dag geopend. Er zijn amper bezoekers, dus heeft het geen zin een ganse dag personeel te voorzien.” En toch is Longwood House dé toeristische trekpleister van Sint-Helena. “Hiken, vissen en vogels bewonderen kan je wel op meer plaatsen”, zegt Helena Bennett, directeur van de toeristische dienst, “maar de residentie van Napoleon is uniek. We rekenen dan ook sterk op het jubileumjaar 2021, wanneer we het 200-jarig overlijden van Napoleon herdenken en we vermoeden dat de interesse voor deze historische figuur zal opflakkeren.” Al blijft ze niet blind voor de feiten. De isolatie van Sint-Helena was ook toen al de reden waarom de gewezen Franse keizer na de nederlaag in Waterloo hier werd ondergebracht.

Hoop op verandering

Sedert de opening van het Suezkanaal in 1869 heeft Sint-Helena bijna alle strategische waarde verloren. Kwamen hier ooit tot drie boten per dag een welkome tussenstop houden, is dat vandaag wel anders. Alleen een handvol wereldreizigers met veel tijd legt nog aan in Jamestown en gaat dan zoals de traditie het wil uit eten in Anne’s Place, een zeer eenvoudig tuinrestaurantje in de hoofdstad van Jamestown waar je verwacht wordt een boodschap in het logboek te schrijven. Maar van die folklore kan een eiland niet leven.

Door het ontbreken van werkgelegenheid (het eiland telt alleen een beperkte visnijverheid) en de lage lonen op het eiland verlaten veel Saints het eiland om op Ascension (waar een militaire basis is), op de Falklands of in Groot-Brittannië te gaan werken. De bevolking neemt daardoor in aantal snel af, van meer dan 5000 aan het einde van de 20ste eeuw naar minder dan 4300 inwoners in 2008, 4000 vandaag. Een leegloop dus, ook al kregen de Saints hun eerder ontnomen volledig Brits staatsburgerschap in 2002 terug en pompt Londen veel miljoenen ponden in Sint-Helena.

Luchthaven als koevoet

Een eiland zonder stranden (laat staan witte), zonder resorts maar met een prachtige natuur, een interessant koloniaal verleden én de verbanningsplek van Napoleon, daar moest toch iets mee te doen zijn? Zeker in tijden waarin elke laatste vierkante centimeter op de toeristische kaart gezet wordt. Omdat Sint-Helena niet beschikte over een luchthaven maar slechts met de grote wereld verbonden was via een Britse postboot, besloot Londen dus die landingsbaan te bouwen. Het zou alles oplossen. Niet dus. Bovendien werd enkele maanden later de RMS St Helena-postferry stopgezet omdat het schip te oud werd en de kosten te hoog opliepen. “We kunnen geen twee transportmiddelen sponsoren en in leven houden” zegt gouverneur Lisa Honan daarover. Het resultaat is dat de nieuwe religie die luchthaven heet uitmondde in een zware teleurstelling die neerkomt op één maximaal twee vlucht(en) per week, waarbij de zitjes zeer duur zijn en die finaal amper enkele tientallen bezoekers aan land brengt, terwijl er zeshonderd per week voorgespiegeld werden. De Saints noemen het –weliswaar met een goed gevoel voor humor– de vloek van Napoleon. Alweer één.

En wat nu?

De voorlopig teleurstellende bezoekerscijfers verdelen de 4000 locals in twee groepen: zij voor wie het glas nog maar halfvol is, en zij die het kalf reeds als verdronken beschouwen. Los daarvan is Sint-Helena een interessant en zeer aangenaam eiland. En misschien durft niemand hardop zeggen dat de zogenaamde vooruitgang niet hoéft toe te slaan op een plek die eigenlijk geen vooruitgang nodig heeft. Dat Sint-Helena omwille van enkele feiten (de geïsoleerdheid, de kleine oppervlakte, enz.) nooit zal kunnen doorgroeien tot een populaire bestemming. Voor die denkoefeningen is er overduidelijk geen maatschappelijk draagvlak meer. Slechts enkele zonderlingen –die meteen als verzuurd worden geklasseerd– durven ze nog te ventileren. “Misschien waren we beter af geweest wanneer we bij de postboot gebleven waren”, zegt Hazel, de uitbaatster van het historische Consulate Hotel, het oudste hotel op het eiland. “De luchthaven heeft mij tot nu toe alleen maar ellende gebracht”, voegt Steven van The Farm Lodge daaraan toe. “Met het oog op die luchtverbinding openden enkele nieuwe hotels de deuren. Nu de bezoekerscijfers tegenvallen, kampen we met overcapaciteit.” Derek Richards, voorzitter van de St. Helena Tourism Association (een privégroep annex sectoriële drukkingsgroep, de stem van de ondernemer) denkt daar anders over. “Ik begrijp die mensen omdat de eerste resultaten tegenvallen. Maar op middellange termijn gaat de luchthaven meer mensen brengen. We hebben gewoon nood aan extra frequenties en meer connecties. En geduld (lacht).”

Waarom zou men naar Sint-Helena reizen? Het houdt heel wat mensen bezig op dit amper een voorschoot grote eilandje. Niet minder dan drie instanties buigen zich dagelijks over dé uitdaging voor de toekomst: toerisme. Enerzijds is er het Tourist Office, daarnaast Enterprise Saint Helena (een soort autonoom stadsbedrijf van de overheid) en tot slot de Tourism Association, stem van de privé-ondernemer. Zoals dat gaat, spreken ze mekaar eerder tegen dan er sprake is van een coherent beheer annex aanpak. Verwarring, omwille van de tegenvallende bezoekerscijfers. “Met gemiddeld twaalf bezoekers per week terwijl dat er 600 zouden zijn, kan ik begrijpen dat sommigen in paniek schieten”, zegt de Franse ereconsul Michel Dancoisne. “Ik had ook liever meer volk in mijn museum gehad. Maar voorlopig moeten we het hiermee doen.” Of zoals gouverneur Lisa Honan ooit tweette: “St. Helena, where you are a long way from a long way.”

Robrecht Willaert & Gerrit Op de Beeck

 

Weetjes over Sint-Helena:

*Er is slechts één vlucht per week, op zaterdag. Alleen in het hoogseizoen wordt er een tweede vlucht op dinsdag ingelegd.

*Er zijn geen verkeerslichten op het eiland.

*Er zijn geen geldautomaten, noch betaalmogelijkheden voor kredietkaarten (uitgezonderd Hotel Mantis).

*Er zijn geen paarden op het eiland.

*Het eiland huisvest de meest afgelegen gin-distilleerderij ter wereld.

*Slechts sinds 1997 beschikt het eiland over tv, een bundel van 31 zenders die niet te kiezen is.

*Wifi is even traag als duur omwille van de satellietverbinding.

*De lokale likeur heet Tungi en wordt gestookt van cactussen. Tungi is ook handig om de autolak van je wagen te verwijderen.

* Saints zijn bijzonder vriendelijke mensen, iedereen groet iedereen. Ook toeristen, die opvallen als een vlieg in een glas melk. Na twee dagen hoor je er hier bij.

* Men kent geen files, laat staan verkeersagressie. Parkeren doe je voor de deur, auto’s hebben enkel een kort nummer op de nummerplaat. Iedereen heeft tijd, de claxon wordt uitsluitend gebruikt om mekaar te groeten.

* Het weer is onvoorspelbaar en kan ruig zijn.

* Medische zorgen zijn aanwezig, maar verwacht geen universitair ziekenhuis.

* Alcohol is voorradig, maar de kwaliteit is laag. Bier uit Namibië en de lokale gin zijn de populairste drankjes. De lokale koffie is van zeer goede kwaliteit en wordt bij Harrods verkocht als een ware delicatesse.

Praktisch:

Sint-Helena bevindt zich op ruim zes uur vliegen van Johannesburg, het is voorlopig ook de enige luchtverbinding. Op de heenreis wordt een technische stop in Windhoek gemaakt (voor brandstof en catering), de terugvlucht verloopt non-stop. Sinds de luchthaven opende, werd de ferrydienst stopgezet. De tickets voor Airlink (dochter van SAA) zijn duur, pakweg 1200 euro h/t. ex JNB in Economy Class.

Wie Sint-Helena bezoekt, moet bij aankomst bewijzen dat hij of zij over een retourticket beschikt en moet ook een attest van geldige reisverzekering voorleggen. Ook voldoende cash meenemen is de boodschap. ATMs zijn onbestaande. Je kan wel dollars of euro’s wisselen in het bankkantoor.

Het aanbod aan accommodatie is beperkt.

Koester evenmin grote verwachtingen wat betreft f&b. Mantis is ook het populairste restaurant van het eiland, alle dagen geopend voor zowel ontbijt, lunch als dinner. Alternatief zijn enkele sandwichbars en kleine privérestaurants.

Het gros van de bezoekers laat zich vervoeren door een combinatie gids/chauffeur. Een wagen huren is mogelijk en omdat het eiland niet groot is, niet onoverkomelijk. Op Sint-Helena rijdt men links en is het de gewoonte naar elke tegenligger te zwaaien. Men zwaait terug.

Algemene info:  www.sthelenatourism.com

 

 

Comments