Bestemmingen

Naar de Schotse rand van Europa

Er is Schotland, er is Skye en er zijn de Outer Hebrides; een langgerekte, verlaten string eilanden met verrassende zandstranden, hemelse zalm en een ruige natuur, gelardeerd met eigenzinnige bewoners die nog Gaelisch praten. En het zuiverste (en meest voor whisky geschikte) water van de UK.

Naar de Schotse rand van Europa

Tekst & foto’s Gerrit Op de Beeck

 

Land in zicht! Na drie uur varen vanuit Ullapool bereikt de Loch Seaforth, zwalpend door het loodzware diepgrijze water, de kleine haven van Stornoway. Is dit het hol van Pluto? Of valt er ergens ter wereld een nog intenser gevoel van verlatenheid te vinden? Terwijl de zon de horizon zoekt en het Vikings regent (men spreekt hier niet van ‘oude wijven’), drinken we in de Rockvilla B&B, een gezellig huisje op een desolate weide waar zich ook ons bed voor de nacht bevindt, een Belhaven Best Original. Dat is een gebalanceerd honingkleurig biertje met veel smaak en weinig schuim. Door de kleine vensters zien we hoe wind en regen de kustlijn geselen. For goodness’ sake, waar zijn we nu terecht gekomen? Een weekend vrijwillige verbanning…

Rustig, heel rustig, Hebriden

De eilandenketting van de Buiten-Hebriden ligt ten noordwesten van Schotland en is zo’n tweehonderd kilometer lang. Deze winderige, nagenoeg boomloze eilanden waar de golven van de Atlantische Oceaan voortdurend op inbeuken, herbergen zesduizend lochs. Het woord Hebriden zou ‘eilanden aan de grenzen van de zee’ betekenen en in tegenstelling tot de twee noordelijke archipels, de Orkney en de Shetland Islands, is de Gaelische cultuur hier gebleven. Zo staat het te lezen in de kleine brochure van de toeristische dienst. De gastvrouw -die ’s ochtends ons ontbijt maakt met de allure van een privéchef- voegt daar nog spontaan aan toe dat ze hier de helft van de tijd in mist en regen gehuld zijn en er vrijwel altijd een bijtende wind staat. “Wij weren ons continu tegen de natuurelementen, gentlemen.”

…For goodness’ sake, Zijn we wel in Schotland …

Het is zeven uur in de ochtend, en we eten een oversized omelet in een ouderwets interieur. Vandaag trekken we eerst naar de Butt of Lewis, het noordelijke topje van het eiland Lewis, om later op de dag geheel zuidelijk te rijden tot Leverburgh, waar de ferry naar het nog zuidelijker North Uist, South Uist en Barra vertrekt. Rijden op Lewis is een fijne bezigheid voor liefhebbers van eenzaamheid. Omwille van de verpletterende rurale schoonheid – lopen er hier nog dinosaurussen rond? – drukken we het gaspedaal niet te diep in. Ja, dit is een totaal andere wereld. Wanneer we Lewis voor Harris ruilen, hebben we ook de grijze lage rotsen met hun anderhalve meter dikke turflaag geruild voor parelwitte zandstranden, gouden baaien, mosgroene heuvels, spierwitte schapen en – dank de heer – alweer een staalblauwe lucht. In de haven van Leverburgh genieten we van wat op het eerste gezicht het perfecte eiland lijkt. We bestellen een pint en installeren ons buiten op de kademuur, waar we smullen van het uitzicht over de baai. We worden gadegeslagen door enkele vette meeuwen die blijkbaar niets te kort komen in dit strategische havenstadje. On the road! Maar hoe noordelijker we terug vorderen, hoe meer we ons afvragen: ‘zijn we wel in Schotland?’

Vuurwater op hoog niveau

De avond is gevallen, de haard in de Scarista House-lounge gaat aan. We bestellen een single malt en om ons te verrassen brengt gastheer Tim een Abhainn Dearg. Man, wat een openbaring! Een smaak die niet thuis te brengen valt in het betoverende landschap van het vuurwater, ook al zijn we toch geen blinde whiskysafari-reizigers. “Komt van de enige distilleerderij op de Outer Hebrides”, verduidelijkt Tim. “Jong maar zeer beloftevol, en vooral anders. Waarom bol je er morgen niet naar toe?”
Dorpjes met onmogelijk uitspreekbare namen, meren en fjorden à volonté, weggolvende landschappen gebukt onder indrukwekkende wolkenlagen; we voelen ons heuse stormjagers onderweg naar het geïsoleerde Brenish, een gehucht op het eind van een doodlopende straat die veertig kilometer lang is. En ook al hangt er hier whisky in de lucht, dit is geen rit langs kilts, clans en malts, zoals we dat op het vasteland gewoon zijn. We worden ook niet ontvangen in een historisch landhuis, een kasteel met spookgarantie of een vintage industrieel pand, maar in een container, door een ruige figuur die het midden houdt tussen een walvisvaarder en een hooligan. Whisky is voor de Schotten wat champagne is voor de Fransen: in principe geen gepruts in de marge dus. “We zullen eerst proeven en dan praten. Whenever you’re ready”, zegt Marco Tayburn, een vreemde jongen die in een vorig leven schroothandelaar was en nu brouwmeester. In z’n kleine, onooglijke distilleerderij produceert hij twaalfduizend liter single malt per jaar. “Ik heb me niet laten marketen tussen de grote merken en we hebben geen wegwijzers gezet”, zegt Marco met luide stem. “Dat is om de bussen weg te houden. Groepen ontvangen is verloren tijd, en ik heb al werk genoeg.”


Op zoveel vastberadenheid hadden we niet gerekend. Marco stichtte dit nieuwe label in 2008 en het is de eerste nieuwe Outer Hebrides-whisky sinds tweehonderd jaar. “Vroeger werd er hier wél gestookt, maar niet officieel”, voegt hij daar fijntjes aan toe. Marco probeert klein te blijven, maar dat lukt hoe langer hoe minder. Sinds vooral de Japanners deze jonge starter ontdekt hebben, is het hek van de dam. Ook al is z’n whisky technisch nog veel te jong en zeker niet matuur. Daarom stockeert hij zonder pardon 75 procent van de productie met de bedoeling het rijpingsproces – dat hij beoogt op minimum acht jaar – rustig z’n gang te laten gaan. De rest wordt momenteel verkocht aan geïnteresseerde connaisseurs annex freaks van het eerste uur. “En daarmee kan ik mijn kosten betalen”, voegt Marco daaraan toe. De man heeft maar één doel: eerlijke superwhisky maken die niet geëxporteerd zal worden. Verstandig natuurlijk; het zal de prijs alleen maar opdrijven. En hij heeft alvast de trend mee. Sinds de wodkarevolutie midden vorige eeuw, was de ginhype van de voorbije vijf jaar de grootste revival die de spiritbusiness ooit beleefde. Next in line is whisky, luidens de kenners. Eén ding is zeker: de spirit is hoe dan ook aan een steile opmars bezig. Bovendien: waar weinig van is, willen er veel het hebben. Alsof hij gebeten is door een zwerm bijen gooit hij ons een uur later vriendelijk buiten. “Sorry folks, maar ik moet nog wat vissen voor het avondeten.”

Landschappelijke parafernalia

Ondanks de uitstekende bedden zijn we ’s morgens alweer vroeg uit de veren. Gisterenavond aten we een heerlijk stukje lamsvlees in restaurant The Boatshed van het Royal Hotel in de haven van Stornoway, nu wekken we de ontbijtzin op met een wandeling langs de kustlijn, geparfumeerd met de geur van zeewier. Als dat de honger niet scherpt! En die wordt achteraf in stijl gestild, want ook in de Broad Bay Guest House is het ontbijt van een bovenste beste kwaliteit. De reis loopt op z’n eind, maar de apotheose moet nog geconsumeerd worden: Callanish Standing Stones, een collectie menhirs even oud als die van Stonehenge. Luidens de eilanders bovendien veel mooier en indrukwekkender, niet voor niets door de Unesco als Werelderfgoed geklasseerd. We geven de Land Rover Discovery de sporen op de schilderachtige achterafweggetjes en alweer bekruipt ons datzelfde gevoel: zijn we in IJsland of op de maan beland? Hoe dan ook, deze landschappen associeert niemand met Schotland. Dit is lucht, licht en water in z’n puurste vorm. De vegetatie verschrompelt tot mos, bomen groeien schuin van de wind, en heuvels lijken wel afgevlakt door slagersmessen.

Bloody hell! De ruitenwissers van onze terreinwagen kunnen de overvloed aan regen maar net slikken en we besluiten om even te stoppen voor een tweede ochtendkoffie. De site van de Standing Stones is uitgepuurde charme. De lokale bevolking zegt dat er hier zóveel menhirs staan dat, wie probeert ze te tellen, nooit twee keer bij hetzelfde getal uitkomt. Vanaf de centrale cirkel waaieren rijen uit naar de vier windstreken. In de nabije omgeving bevonden zich trouwens nog meer van die constructies, waarschijnlijk werden ze gebruikt voor astronomische waarnemingen. Een vriendelijke vrijwilliger – genre every inch a gentleman – maakt ons in het aanpalende kleine museum wegwijs in de historiek en geografische veranderingen doorheen de jaren. “Er zijn drie outers”, zegt hij op gebiedende toon. “Outer space, Outer Mongolia en Outer Hebrides.” Britse humor, schitterend. Vooraleer in te schepen op de ferry, savoureren we nog een laatste specialiteit in een havenpub: de Isle of Harris gin, een nieuw product waarin bruinwier -ook suikerwier genaamd- verwerkt wordt. Luidens de steekvlammedia is whisky de nieuwe gin. Maar hier moeten we dan zeggen dat gin de nieuwe whisky is! De gin wordt op het eiland gestookt, en amper uitgevoerd.
En daarna, dan doen we wat ook de voorzitter van de National Trust of Scotland hoog in het vaandel draagt: “Rest and be thankful.”

Praktisch:

Travel Magazine reisde in samenwerking met Belcotravel, een touroperator gespecialiseerd in de ganse UK, www.belcotravel.com

Algemene info: www.visithebrides.com; www.visitscotland.com/be; www.visitbritain.com

Comments