Bestemmingen

Karoo – Buiten de gebaande paden in de West-Kaap

In de taal van de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika, de khoisan, betekent Karoo niets minder dan “De plaats van Grote Dorst”. Het schept een duidelijk beeld van wat je mag verwachten wanneer je vanuit Kaapstad oostwaarts trekt naar de regio die één derde van de oppervlakte van Zuid-Afrika bedekt.

“België doet het heel goed als incoming markt naar Zuid-Afrika. In tegenstelling tot vele andere Europese markten, stijgen jullie met meer dan zes procent”, vertelt Jacqueline van den Broek, marketing & communications manager bij South African Tourism. “Maar om een geografische spreiding te garanderen, willen we de Belgen kennis laten maken met Zuid-Afrika. Zoals ik wel vaker zeg: het Kruger Park is niet heilig. Het land is zo divers dat het jammer zou zijn om enkel de nadruk te leggen op de gekende plaatsen. In samenwerking met Wesgro, het toerisme- en investeringsagentschap ter promotie van Kaapstad en de West-Kaapprovincie, zullen we deze week één van de meest uitgestrekte en rurale regio’s van het land ontdekken: de Karoo.”

Voor de vroege avonturiers, jagers en reizigers was de Karoo steeds een moeilijk bereikbare regio. Niet enkel vanwege de grote hitte, koude en droogte (een jaarlijkse regenval tussen de 50 en 250 mm, red.), maar ook door de gevaarlijke trek over de bergpassen van het Groot Afrikaans Escarpement. Toch vind je in deze ruige ‘outback’ veel ondergronds water, dat via boorgaten en windmolens aan de oppervlakte komt en nederzettingen en het hoeden van dieren mogelijk maakt. De molens zorgen, samen met de typische vegetatie en de hoogplateaus, voor het klassieke uitzicht van de Karoo.

Victoriana

We lijken in een soort teletijdmachine te zijn gestapt wanneer we onze eerste halte, Matjiesfontein, bereiken. Via de kortste rondleiding ter wereld in een oude, rode, Londense bus bezoek je gedurende 10 minuten de belangrijkste bezienswaardigheden van dit Victoriaanse dorp, opgericht in 1884. Wat rest, is een openluchtmuseum met postkantoor, bankgebouw, station, saloon, het Lord Milner Hotel, kerk en 400 inwoners, al lijken die allemaal buiten het historisch centrum te wonen. Het enige wat je wél nog zal vinden in de oude landhuizen en de verschillende musea, zijn oude gebruiksvoorwerpen en de geesten die er vroeger woonden.

Op 25 januari 1981 werd een groot deel van Laingsburg weggevaagd na een stortvloed die in enkele minuten de stad blank zette. Door de droge grond, afval en de spoorbrug die onbedoeld als dam ging dienen, kon een wolkbreuk drie rivieren onmiddellijk doen overstromen. Het werd één van de ergste watervloeden in de Grote Karoo waarbij 104 mensen het leven lieten. Ter nagedachtenis werd het Vloedmuseum opgericht. In Laingsburg kan je eveneens proeven van Tannie Poppie’s Roosterkoek. Deze vedette en rasechte onderneemster van 61 jaar bakt al 22 jaar de broden die nog het best vergelijkbaar zijn met ciabatta. Ze vertelt honderduit over haar verleden in het sappig Afrikaans en vol trots over hoe ze haar prijzen nog nooit heeft moeten aanpassen, zodat haar delicatesse voor iedereen betaalbaar blijft.

Boerenkost

Vlees is sowieso al belangrijk in de Zuid-Afrikaanse keuken, en dat zie je ook aan de struise inwoners van de Karoo. Families en vrienden verzamelen rond de braai, waarbij een open vuur op hout aangestoken wordt en maïskolven, boerewors, lams- en schapenvlees, steak, wild zoals koodoo en springbok, skilpadjies (lamslever in een niermembraan, red.) en stokbrood (letterlijk: brood op een stok, red.) door de gastheer gebakken worden. Het is een langdurig sociaal evenement dat je gewoonweg niet mag missen tijdens een bezoek aan Zuid-Afrika. Die eerlijke, simpele en voedzame boerenkost krijg je eveneens voorgeschoteld in de verschillende kombuizen en padstallen (historische halteplaatsen naast kleinere wegen voor reizigers die lange reizen ondernemen). Probeer zeker het voortreffelijke Karoo lam, biltong (gerookt, gepekeld en gekruid vlees), koeksisters, amarula-likeur, rooibosthee en malva pudding.

Overblijfselen uit het verleden

Zes van de negentien Nationale Parken van Zuid-Afrika, SANParks, bevinden zich in de West-Kaapprovincie. Nabij Beaufort-West, “de hoofdstad van de Karoo”, vind je een museum ter ere van Christiaan Barnard, de chirurg die in 1967 als eerste een succesvolle harttransplantatie voltrok, en het Karoo National Park. Het is het speelterrein van leeuwen, caracals, oryx, steenbokantilopes, jakhalzen, zebra’s, gemsbokken, hazen, struisvogels, enz. Al vind je hier eveneens restanten terug van reptielen, amfibieën en zelfs zoogdieren die hier leefden in een periode tot wel 220 miljoen jaar geleden! De Karoo was toen een prehistorisch meer, al bevindt dit bassin zich tot op heden onder de aarde. Door een ecologische ramp zo’n 180 miljoen jaar geleden, te wijten aan vulkanische activiteit, is deze regio rijk aan fossielen, die ze in het Park met enige trots aan de bezoekers tentoonstellen. Je kan hier trouwens verblijven in een caravan- of bungalowpark, met een prachtig uitzicht over de afgevlakte heuvels van doleriet en zandsteen.

Na een supertof bezoekje aan zijn kleuter- en lagere school, leidt de directeur van de Restvale Primary School uit Nelspoort ons rond langs enkele merkwaardige rotsen ten noorden van het dorpje. Tijdens wegenwerken kwamen leerlingen gravures tegen van de San- & Khoi-volkeren. Ondertussen zijn er verschillende sites over een gebied van 5 km² teruggevonden, met rotstekeningen tussen de 12.000 en 30.000 jaar oud. Zij indiceren, samen met de stenen gereedschappen, een levensruimte van khoisan jager-verzamelaars en later khoikhoi herders. Je vindt er ook de zogenaamde ‘gong rocks’ – een ‘bosjesmanpiano’ van volle ijzerzandsteen die door de resonantie langs luchtgangen een verrassend metaalachtig geluid maken, als waren het cimbalen van een modern drumstel. Met zo’n overzicht op de weidse Karoo, geldt het als een uitstekend openluchttheater!

Grote vs. Kleine Karoo

We keren terug langs de reeds de door ons afgelegde weg om de laatste dagen door te brengen in de zogenaamde ‘Kleine Karoo’. Hier, rondom de steile bergwanden van de Swartberg, is de grond al heel wat vruchtbaarder zodat er ook aan groenten-, fruit-, vee- en schapenteelt gedaan wordt. Prince Albert is een ijverig stadje, zoals we konden ontdekken door onze passage langs de verschillende ambachten: Avoova maakt prachtige luxueuze Afrikaanse sierstukken uit struisvogeleieren, Karoo’s Looms gebruikt de wol van Mohair-schapen en vormt ze om in prachtige shawls en dekentjes en kunstsmid Kashief Booley van Striking Metal toonde zijn smeedkunst. Ten slotte proefden we van ambachtelijke kazen, melk en drinkyoghurt bij Gay’s Guernsey Dairy, de lekkere olijven en tapenades van O for Olives en de biologische wijnen van Fernskloof.

Het beste houd je vervolgens tot laatst: een hachelijke tocht langs de Swartberg Pass, een door gevangenen gegraven, 27 kilometer lange grindweg die je via steile haarspeldbochten naar ‘Die Top’ van 1.583 meter leidt. Eens beneden, bereik je Oudtshoorn (de struisvogelhoofdstad van de wereld, red.) en het laatste stuk van de tuinroute, op vier uur rijden van Kaapstad. Tot siens!

Comments