Analyse, Reisindustrie

Van kleurenkakofonie over gouvernementeel geknoei tot noodzakelijk relanceplan!

Woensdag 15 juli 2020

Van kleurenkakofonie over gouvernementeel geknoei tot noodzakelijk relanceplan!

Wat de overheid de jongste dagen op verschillende niveaus aan geklungel geproduceerd heeft (en het is nog een kwestie van tijd tot de virologen de internationale reiziger alle schuld geven) in verband met de wisselende kleurentinten – groen, oranje (licht of donker) en rode zones voor zowel vertrekkende als terugkerende toeristen naar ons land, tart nagenoeg iedere verbeelding. ‘Goede wil’ moet uiteraard bij deze instanties permanent aanwezig zijn, maar het gaat hier in eerste en laatste plaats om ‘efficiënt’ de verschillende sectoren helder, duidelijk en uniform te begeleiden en te informeren in het belang van de burger, de klant, en de verschillende producenten in het complete ecosysteem van het reisgebeuren. Zoals terecht neergeschreven in de petitie van zowel collega Montana als van de VVR (duidelijk op elkaar afgestemd) – ‘Reisagenten, een bedreigde soort’ – met als doel de diverse overheden bewust te maken van de noodzaak voor de ondersteuning van de werkgelegenheid in de reissector met daaraan gekoppeld de herziening van de reiswetgeving (art.30 van de wet van 21 november 2017 rond pakketreizen en gekoppelde reisdiensten), leeft de reissector vandaag in een bijna permanente ‘kafkaiaanse’ realiteit die ieder van ons benadeelt. De vragen naar informatie, annuleringen of uitstel door de klant – voortvloeiend uit deze uitzonderlijke situatie  – verplicht ieder van ons tot een enorme en ‘onbetaalde werkdruk’. Met daaraan gekoppeld ontbrekende instrumenten –zoals afwetende websites als diplomatie.belgium.be, die bijna nooit in real time en op tijd wordt bijgewerkt met accurate informatie. Dit alles met als gevolg dat de reissector zijn dagdagelijkse informatieplicht naar de klant niet optimaal kan leveren.

Daarom ook om, tegen een achtergrond van een omzetverlies van meer dan 85% voor de periode van 1 maart tot en met eind augustus (in vergelijking met 2019), dat de sector zeer hoge nood heeft aan extra en specifieke ondersteuningsmaatregelen naast de huidige steunmaatregelen.

Essentieel – zoals aangeduid in de huidige petitie  – is de actieve deelname van de reissector aan de onderhandelingstafel van het door de huidige regering opgestarte relanceplan. Er valt geen tijd te verliezen!

Robrecht Willaert, hoofdredacteur

 


 

Zaterdag 11 juli 2020

Wat met o.a. Turkije?

Dezer dagen slaan twee Europese luchtvaartbonden A4E (Airlines for Europe, met o.a. Lufthansa, Ryanair, Easyjet, enz.) en ACI Europe (Airports Council International Europe), die beiden Europese airlines en luchthavens groeperen, een noodkreet richting Europese Commissie over ‘een totaal ongecoördineerde en chaotische opening van de post-corona Europese buitengrenzen’, met als gevolg een onoverzichtelijk patchwork van reisbeperkingen en grenscontroles die haaks staan op EU-besluiten maar individueel door de afzonderlijke EU-lidstaten toegepast worden. Zie o.a. het Belgische besluit 14 buiten-Europese landen specifiek voor België te blijven weren.

Thomas Reynaert, directeur A4E: “ Deze situatie creëert een competitievervalsing binnen Europa terwijl de luchtvaartsector en het toerisme vechten om te overleven.” Tegen deze achtergrond van bakkeleiende en gespreide EU-landen moet men ook de ‘gesloten grenzen’ begrijpen van nagenoeg alle niet-EU en niet-Schengenlanden buiten Europa zoals Turkije, Egypte, Marokko en Tunesië. Om de 14 dagen gaat de EU-Commissie nu een re-evaluatie maken van de huidige situatie zodat het thema ‘opening’ van bovengenoemde landen normaal half juli op de agenda staat met een effectieve opening ten vroegste einde juli.

De Turkse ministers van Buitenlandse Zaken en Toerisme waren vorige week bij het begin van het Duitse voorzitterschap van de EU-Raad in Berlijn om met twee Duitse topministers o.a. de opening van het toeristisch Turkije te bespreken. Resultaat was dat de Bondsregering geen cavalier seul wil spelen maar om de 14 dagen met Europa wil overleggen. Ondertussen gaat de Turkse lobbying –helemaal terecht – verder om de opheffing van de huidige situatie te bespoedigen. De Turkse ministeriële top was deze week o.a. ook op bezoek in Londen. Toeristisch Turkije is nu eenmaal voor de Duitse, Britse en Russische markt erg belangrijk.

België realiseert zo’n 500.000 bezoekers per jaar op Turkije. Travel Magazine was te gast bij de kersverse Turkse Ambassadeur, Dr. Hasan Ulusoy, een gechevronneerde topdiplomaat die in diverse Europese hoofdsteden Turkije vertegenwoordigd heeft, en ook erg geïnteresseerd meer uitgebreid kennis te maken met de Belgische reisindustrie.

Toerisme in Turkije: veilig en wel

“Gezond toerisme, veilige steden,” dat is de boodschap van de Turkse ambassadeur Ulusoy in een exclusief interview met Travel Magazine. Dr. Hasan Ulusoy ontvangt ons met Turkse gastvrijheid in zijn residentie in Ukkel maar is lichtjes geïrriteerd over de Europese reisbeperkingen en het Belgisch verbod op alle niet-essentiële reizen naar Turkije. “Volkomen ten onrechte, Turkije doet het beter dan Europese landen zoals Frankrijk, Italië, Engeland of Spanje.” Deze toeristische topbestemming blijft dus voorlopig potdicht voor de meeste Europeanen. Voor België is Buitenlandse Zaken duidelijk: niet-essentiële reizen van Belgen naar Turkije zijn verboden en voor wie terug komt is zelf-quarantaine in België verplicht. Het is een steek in het hart van de Turkse ambassadeur in Brussel. In het pré-coronatijdperk had  Turkije zo’n half miljoen Belgische toeristen en gingen zo’n 50.000 Turkse Belgen er op familiebezoek. “Op 12 juni hebben wij de reisbeperkingen opgeheven en op 15 juni is het vliegverkeer hervat. Turkish Airlines, AnadoluJet, Pegasus, Sun Express, Corendon et TUI Fly hebben regelmatig vluchten naar Istanboel en enkele toeristische steden. Maar vertrekken vanuit België kan nog niet, wel vanuit Luxemburg.”

Scherp toezicht

Turkije neemt verregaande gezondheidsmaatregelen voor wie het land binnen komt. De temperatuur van alle reizigers wordt gemeten en wie ook maar lichte tekenen van koorts vertoont (meer dan 37,8°), ondergaat meteen en gratis de PCR-test,  de intussen welbekende COVID-19-test met het wattenstaafje. “Turkije is veilig en heeft de epidemie onder controle dank zij de maatregelen voor het openbare leven en in het gezondheidssysteem,” poneert ambassadeur Ulusoy. “Onze cijfers zijn beter dan die van Duitsland. Maar zo’n 2,5 % van de mensen die besmet zijn, is gestorven aan het virus terwijl het in Frankrijk gaat over 19 % en in Italië over 15 %. Er zijn al meer dan 3,6 miljoen mensen getest en maar 5,5 % bleek positief.”

Corona onder controle

In de kustgebieden zijn er nauwelijks nog nieuwe gevallen. “In de stad Antalya met zo’n 2,5 miljoen inwoners en 700 km kustlijn zijn er nu dagelijks maar vier nieuwe gevallen. De toeristische hotels zijn met zacht dwang aangespoord om bijzondere maatregelen te nemen zoals handgel, mondmaskers, afstand bewaren, algemene netheid en afgeschermd bestek. Buffetten zijn verboden, toeristen worden aan tafel bediend en zelfs hun paspoort gaat onder UV-licht om een mogelijk virus te vernietigen. Wie aan deze voorwaarden voldoet, krijgt een keurmerk en dat is een garantie op een veilig verblijf. Volgens de Turkse ambassadeur snijdt Europa in eigen vlees want ook Turkse toeristen kunnen niet op reis. “Vergeten we niet dat minstens 1 miljoen Turken naar Griekenland reizen, wat nu dus niet kan. Ook naar België komen enkele duizenden toeristen en die zitten niet stil. Turken spenderen graag en maken van reizen een feest.”

Ambassadeur Ulusoy hoopt dat de Europese raad op 15 juli Turkije toevoegt aan de 14 landen buiten Europa waarvoor aanbevolen wordt om de reisbeperkingen op te heffen. “Het criterium om die beperkingen op te heffen is 16 COVID-19-gevallen per 100.000 inwoners. Het cijfer in Turkije is momenteel 10, in Antalya is het maar 1,4 en in Mugla-Bodrum is het maar 0,7! We hopen dat de EU een beslissing neemt die alleen is ingegeven door gezondheidsredenen.”

Luc De Smet & hoofdredacteur Robrecht Willaert

 


 

Dinsdag 7 juli 2020

Palma de Mallorca: reizen opnieuw een feest

In het begin van het ‘Nieuwe Anders’-tijdperk trok TM vorig weekend op uitnodiging van RIU Hotels & Resorts (Peter Hahn), in samenwerking met de regionale luchthaven Ostend-Bruges Airport (de eerste TUI fly-vlucht na corona op Palma) samen met de voorzitter van Selectair Pieter Demuynck (Penta Reizen) en collega Britta Baeke van Travel Express naar de voorlopig twee geopende RIU hotels, Concordia en Bravo (van de 5 hotels op het eiland), op inspectie bij de recent uitgerolde 20-protocollen van de hotelketen. Een ontdekking en bewondering voor het gepresteerde niveau. De volgende weken gaan nog twee andere RIU hotels open.

Een echte ontdekking

Zoals de general manager Sergio Navarro (op de foto bij de ingang van RIU Concordia) het verwoordde: “Het is sedert 15 juni iedere dag voor ons een absolute prioriteit onze gasten een hygiënisch, veilig en comfortabel verblijf aan te bieden.” Inderdaad beide RIU hotels hanteren de strikte post Covid-19 protocollen, ontwikkeld i.s.m. Preverisk, een top-naam qua specialisatie in gezondheid en veiligheid in de toeristische sector. Het moet gezegd, de manier waarop het RIU-personeel hiermee omgaat, is indrukwekkend: geen gevoel van overdreven politie-houding noch betweterig schoolmeesterachtig. Vriendelijk maar kordaat zodat je na een halve dag een bijna vertrouwd en comfortabel gevoel hebt, waar je ook komt in het hotel.

Het hotel zelf is meer dan gewoon gerenoveerd wat Peter Hahn de opmerking ontlokte “…dat hij quasi een nieuw, luchtig modern hotel ontdekte…” Daarenboven is er nog een nieuwe (witte) vleugel aangebouwd zonder dat je het gevoel hebt dat het vroeger ooit anders was. RIU Concordia is zoals bekend een ‘half board’ hotel met heel wat gasten uit de Benelux, Duitsland, Frankrijk, enz. De RIU Bravo, op loopafstand, al jaar en dag een zeer bekende naam bij de Belgische reisindustrie is een all-in concept, met mooie tuinen, verschillende f&b outlets, veel schaduw, meeting rooms, enz. Bekende Belgische banken hebben hier in het recent verleden al wat incentive verblijven gerealiseerd en het allereerste Selectair Congres vond hier in oktober 2002 plaats.

Veilig gevoel

Van de ingang met passende reinigende voetmatten, handgels, camera-lichaamstemperatuuropnames, perfecte handschoentjes in de restaurants, mondkapjes, veilige gemarkeerde wandelpaden, van het restaurant over de bar tot mooie afgebakende ruimtes aan de zwembaden, maken door een coherente attitude, zowel logistiek als door het personeel én de gasten zelf, deze protocol-uitrol tot een perfect veilig en comfortabel vakantiegevoel (inderdaad beter én logischer dan op vele plaatsen in eigen land).

Palma zelf: een verademing

De clichés van overjarig ‘overtoerisme’ met al dan niet drinkpartijen van allerhande nationaliteiten hebben de toeristische reputatie én van Palma én het hele eiland de jongste jaren geen goed gedaan. Maar al voor de uitbraak van de pandemie hadden de lokale toeristische overheden al zwaar ingezet op een nieuw, kwaliteitsvolle infrastructuur en beleving. De beachline op de promenade van Platja de Palma is bijna onherkenbaar gemoderniseerd. Dreigen er bij eivolle vakantiedagen ook maar een geringste overbevolking van het strand, worden de overvolle strandruimtes gesloten zoals 10 dagen geleden op de baai van Portals Vells (bij Calvia). Afzonderlijke groepen tot 25 personen met 4m2 per badgast!

Ondertussen herneemt het internationale luchtverkeer met in de maand juli zo’n 250 connecties per dag, en in augustus een 300-tal. Ook aan de luchthaven -en zeker bij aankomst- zijn de overheden via de QR-code of het geschreven papier van het Spaanse ‘Health Program’ kordaat, vriendelijk, maar uiterst snel in de afhandeling van de formaliteiten.

Corona verandert Mallorca

Een van Europa’s populairste toeristische eilanden, met 800.000 vaste bewoners, was tot vorig jaar goed voor zo’n 16,5 miljoen toeristen, waarvan 13,7 miljoen buitenlandse gasten (waarvan 4,5 miljoen uit Duitsland, 3,7 miljoen Britten) en 2,7 miljoen Spanjaarden. Ook de BeLux (260.000 bezoekers aan de Balearen) is hier in de top-8 van het aantal bezoekers.

Wat ondertussen hier anders is, bemerk je duidelijk niet alleen aan de Playa de Palma, maar ook in het oude stadscentrum rond de kathedraal en de nieuwe premium jachthaven.

Mallorca zet zich meer dan ooit in om als een quasi nieuwe bestemming met een rijk en divers te ontdekken schilderachtig binnenland, als een all round vakantieregio én voor de singles én families – waarbij het huren van een klein vehikel je alle onbekende facetten van het eiland roadmatig laat ontdekken.

Het is vandaag in het tijdperk van ‘Slow Travel’ en ‘anders reizen’ meer dan ooit een eiland om toeristisch te (her)ontdekken. Laten we zeer duidelijk zijn, het mag gezegd en moet geschreven worden: Palma hoofdstad met in uitbreiding het eiland zelf zag er de voorbije decennia nog nooit zo goed uit. En andermaal felicitaties voor de consequente doch klantvriendelijke protocollen die RIU implementeerde.

Robrecht Willaert, hoofdredacteur

 


 

Dinsdag 30 juni 2020

We kunnen weer vliegen !

We kunnen weer vliegen. Tot daar het goede nieuws. Helaas. Want veel redenen om te juichen zijn er niet.

Boekingen zijn historisch laag voor het huidige zomerseizoen. Dat was al bekend. Voor de start van het winterseizoen, eind oktober, zit men momenteel 59% lager dan normaal.

Passagiers boeken ook dichter bij hun geplande reisdatum dan gewoonlijk. Dit gebrek aan zicht op de toekomstige vraag maakt het voor luchtvaartmaatschappijen uiterst uitdagend om hun dienstregelingen te plannen.

Enkele voorbeelden. Bij Brussels Airlines waren de voorbije twee weken – na de heropstart op 15 juni – de stoelen gemiddeld voor 60 procent ingenomen. Daar waar dit vorig jaar rond de 87 à 92 procent bedroeg. En niet te vergeten: op een nog zeer beperkt aanbod. Tegen augustus wil SN 240 wekelijkse vluchten bereiken, wat neerkomt op 30% van het oorspronkelijk geplande zomeraanbod in Europa. Tegen september mikt SN op 45% van haar normale vluchtaanbod. Nog steeds minder dan de helft.

Maar de heropstart van het langeafstandsnetwerk van SN met 13 van de 17 Afrikaanse bestemmingen en New York JFK, is nog steeds onzeker en vooralsnog voor onbekende tijd uitgesteld.

De situatie bij Ryanair oogt iets beter maar verre van normaal. Voor de maand juli zitten zowat alle vluchten vol. Maar dat is dan ook maar een fractie (40 procent) van de normale capaciteit van het FR-netwerk.

Ryanair doet dat wel met 60 procent van de vloot en crews om zoveel mogelijk vertragingen op de verschillende luchthavens te voorkomen.

Bij TUI fly zaten ze in februari op zo’n 35 procent verkochte capaciteit voor het zomerseizoen.

Na de herlancering van enkele bestemmingen zoals Dubrovnik en Faro (zeven vluchten in de eerste week) worden er tussen 1 en 15 juli ongeveer 166 vluchten per week uitgevoerd en naar einde juli ongeveer 200 vluchten met een behoorlijke bezettingsgraad van 80 à 85 procent.

Dat betekent dat voor deze zomer nog 65 procent beschikbaar is, wetende dat de niet-Shenghen landen zoals Marokko, Egypte en Turkije +/-30 procent van het vluchtaanbod van TUI fly uitmaakt.

Mochten deze landen alsnog gesloten blijven, kan er waar nodig, een gedeelte van deze capaciteit worden overgeheveld naar landen zoals Spanje en Portugal.

Ook bij andere luchtvaartmaatschappijen is het kommer en kwel. Niemand durft te zeggen dat de ticketverkoop aantrekt of aanzwengelt de komende maanden.

Er zijn ook geen tekenen dat vliegreizen deze zomer snel zullen hervat worden of voor de winter niveaus zullen bereiken die bijna normaal zijn. Voortdurende onzekerheid over reisbeperkingen, quarantaines en de evolutie van de pandemie zullen de markt in de nabije toekomst blijven beïnvloeden.

Bovendien kunnen verplichte gezondheidsvoorschriften van invloed zijn op de beschikbare capaciteit en het aantal vluchten dat er aan gekoppeld wordt.

De luchtvaart verkeert nog steeds in een ernstige en ongekende crisis. De gezamenlijke verliezen zullen op jaarbasis naar verwachting zo’n 82 miljard euro bedragen.

En daarmee staat nu al vast dat 2020 wereldwijd het slechtste jaar in de geschiedenis van de luchtvaart wordt.

De Europese luchtvaartmaatschappijen zullen naar verwachting 19 miljard euro aan verliezen optekenen en Europa behoort hiermee op mondiaal niveau tot de top drie van zwaarst getroffen regio’s, aldus Airlines for Europe (A4E) in een prognose.

Alle onderdelen van de sector worden met grote onzekerheid geconfronteerd bij het plannen van operaties, inclusief zowat alle luchtvaartmaatschappijen.

A4E dringt er bij de Europese regelgevers dan ook op aan om de tijdelijke vrijstelling voor de regels voor luchthavenslots 80/20 snel uit te breiden tot het winterseizoen 2020/2021 (van 25 oktober 2020 – 27 maart 2021) om luchtvaartmaatschappijen en luchthavens de flexibiliteit te geven om te reageren op de onvoorspelbare passagiersvraag aan de langdurige COVID-19-pandemie om zo het herstel van de sector te  ondersteunen.

“Deze winter kan het maken of breken voor de luchtvaart”, valt overal te horen. Spijts de staatssteun voor vele luchtvaartmaatschappijen blijkt dat de steun én de verwachte (te lage) inkomsten voor tal van carriers onvoldoende zal zijn. Alle prognoses gingen uit van een snellere wederopbloei.

Niet dus. En dat maakt dat niet alleen voor de luchtvaartbedrijven het een erg moeilijke winter belooft te worden, de hele reisindustrie kijkt aan tegen erg donkere wintermaanden.

Een somber vooruitzicht dat enkel door een ban op de reisrestricties in àlle landen kan gemilderd worden. Waarop wachten nu de COVID-19-pandemie in de meeste landen fors aan het afnemen is?

Luk De Wilde, senior aviation reporter

 


 

Vrijdag 26 juni 2020

Herverzekeringen, clichébeelden, solidariteit?

Voor sommige reisverkopers en organisatoren is het eigenlijk niet dramatisch dat de tegoedbonnen vorige week op de rand van de beginnende zomer ophielden te functioneren. Al met al is het procedé een onvermijdelijk opschuiven van de problematiek waarbij volgend jaar zwaar gewerkt zal moeten worden en amper verdiend. Desalniettemin duizend maal dank aan onze eendrachtig geworden vakverenigingen die in maart de dapperste van alle vrouwelijke ministers – mevrouw Muylle – een Ministerieel Besluit uit haar hoed lieten toveren waarbij zelfs de Europese Commissie voor plooide; al hadden de bijna perfide consumentenverenigingen op hun beurt de meest geslepen oud gediende onder de Belgische politici (nu in Europese dienst) op de barricade gezet om dit noodzakelijk en nuttig instrument met enkele bazooka’s af te schieten. Ondertussen lopen in enkele buurlanden – al dan niet op vrijwillige basis – deze coronavouchers nog enige tijd verder terwijl in essentie vooral de (her)verzekeraars grote vraagtekens begonnen te plaatsen bij de bijna niet aflatende stroom aan duizenden tegoedbonnen.

Bij dit alles bleef de jongste 2 weken een permanente stroom ongenoegen bovendrijven van nagenoeg alle betrokken reisprofessionals over het onvermijdelijke krakkemikkig heropstarten van het hele ecosysteem van de reisketen, gaande van vliegtuigen, routes, vluchtdagen en vluchtaanbod tot hotelkeuzes, enz. Dit alles wel te verstaan in het kader van een versnipperd Europa waarbij we als sector na 4 maanden coronacrisis, alleen maar echt kunnen dromen van de onbereikbare intercontinentale bestemmingen.

Deze week publiceerde IATA in zijn regelmatige updated onderzoeken dat binnen 5 maanden – rond 20 november e.k.-  met als referentie de long haul flux van november 2019, amper 40% van het wereldwijde langeafstandsaanbod operationeel zal zijn, en dit voor de hele komende winter! Uiteraard is het niet te verwonderen dat in deze context ‘down under’ de deur dichthoudt tot eind 2020, om van Noord- en Zuid-Amerika maar te zwijgen (met inbegrip van alle Zuidpool georiënteerde expeditie cruises).

Maar velen gaan ondertussen voorbij aan het optreden, onder de verschrikkelijke noemer van het ‘nieuwe normaal’, van talloze Europese landen die in onwaarschijnlijk eigenzinnige spreidstand elk voor zich beslissen post-corona grenzen te openen en het toerisme zijn rechtmatige plaats te geven in hun eigen contreien die meer dan eens een substantieel en onwrikbaar onderdeel vormen van hun nationale economieën.

Ver weg is de vaak media-bazuinde solidariteit tijdens de hoogdagen van de lockdown. We hebben het hier zelf niet over artikel 13 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), waarbij ‘…iedereen het recht heeft zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke staat, het land te verlaten en naar zijn land terug te keren…’ Voor sommige waarnemers leven we voortaan in een tijdperk o.a. gekenmerkt door politiek terrorisme, virologische indoctrinatie en/of arbitrair pseudo-nationalisme.

Niet te verwonderen dat de UNWTO (World Tourism Organization, Madrid) voor 2020 een daling van 60 tot 80 procent aan inkomsten voorspelt uit het toerisme: Frankrijk 25% (zo’n 40 miljard euro), Nederland 65% (zo’n 10 miljard euro), Spanje 20% (zo’n 200 miljard euro). Dit alles tegen een achtergrond waarbij de modale burger of de reizende consument voortdurend in de media én politiek om de oren wordt geslagen met de oproep ‘niet-meer-te-reizen’. Van post-terreur oprispingen ging het de voorbije jaren naar het alomvattende klimaatdebat waarbij vooral de luchtvaart én de reizigers bijna voortdurend gestigmatiseerd werden een sociaal onverantwoord gedrag te vertonen. Vandaag bulken gelijkaardige clichés op in de sociale media waarbij in het bijna post-coronatijdperk de reiziger tout court als het ware ‘geculpabiliseerd’ wordt überhaupt nog te durven reizen! Onwaarschijnlijke variaties op een stigmatiserend thema, niet gehinderd door enige onderbouwde kennis, zoals 2 weken geleden hier beschreven hoe 3x vervuilender – in CO2 uitstoot – de hele wereldwijde ICT-sector is dan de luchtvaart en de reisindustrie (met inbegrip van de nieuwste cruiseschepen) gecombineerd.

Tot voor kort puilden talloze kolommen en publicaties uit over ‘eindeloze bucket lists’ voor de moderne mobiele reiziger met als absoluut mantra het aantal bezochte landen (op een Verenigde Naties totaal van 196). Ondertussen gooien ontelbare media in hun (hipster) bijlages alles op een luchtmatras, een zootje waarbij zelfs ‘duurzaam reizen’ quasi taboe geworden is terwijl diezelfde chroniqueurs ongehinderd (onder de radar) hun vaak absurde digitalisering in communicatie en bereikbaarheid verder zetten in hun strijd tegen het internationaal gewettigd, noodzakelijk en nuttig toerisme!

Robrecht Willaert, hoofdredacteur

 


 

Vrijdag 19 juni 2020

Kansen, nieuwe producten, booking tools, enz.

Ook deze week komen, tussen alle grensopeningen door, allerlei cijfers opnieuw bovendrijven. Zo publiceerde IATA onlangs nieuwe data i.v.m. de coronaverliezen in de mondiale luchtvaart. De overkoepelende luchtvaartorganisatie mag dan wel, voor vele waarnemers, vaak een bijna voorbijgestreefd lobby-orgaan zijn, maar hun research en studies blijven wel onverminderd up-to-date. IATA berekent voor 2020-2021 een verlies van 100 miljard dollar en voor dit jaar 1 miljoen jobs die in de luchtvaart gaan verdwijnen. Kansen of illusies? Een terechte vraag nu Europese grenzen stilaan opengaan. De Franse staatssecretaris voor Toerisme, Jean-Baptiste Lemoyne, stelde maandag ll. in een gesprek met TM dat “…2020 geen verloren jaar is voor toeristisch Frankrijk maar hooguit een totaal verloren trimester…”

Het blijft voor iedere speler in de hele keten van reisaanbiedingen voortdurend dansen op een smalle koord. Als airline: welke bestemmingen kun je aanbieden? Met welke frequenties? Annuleer je ‘grosso modo’, word je bijna als een fraudeur gestigmatiseerd. Wensdata worden tegenwoordig omwille van sanitaire redenen en overhoop gehaalde slots door internationale luchthavens voortdurend veranderd en last but not least hoe zal de vraag van de klant bij dit alles aantrekken? Bijna lege Dreamliners zoals die van Air Canada die twee weken geleden met 6 passagiers naar Brussel vloog. Air France kondigt aan alle Afrikavluchten in juli en augustus te annuleren en Brussels Airlines denkt gefaseerd (volgens de nodige afspraken) verschillende Afrikaanse steden straks opnieuw aan te vliegen.

Blijven uiteraard de toeristische niet-Schengenlanden zoals Turkije, Marokko of een Egypte waar permanent koortsachtig internationaal politiek onderhandeld wordt. Voor vele Turkse hoteliers en toerismeverantwoordelijken is het danig nagel bijten om toe te zien hoe bijvoorbeeld buurland Griekenland vanaf 1 juli alle beperkingen opheft.

Maar ook voor onze luchtvaartmaatschappijen en touroperators blijft het bijzonder moeilijk te navigeren tussen versoepeling, annulatiemomentum en stijgende vraag zonder exact te weten wanneer dit allemaal in concrete boekingen kan worden omgezet. En dan hebben we het nog niet over de Caraïben, Amerika en Azië waar je, bij afwezigheid van min of meer gestructureerde-achtige Schengen zones, als reisproducent de speelbal bent van vaak moeilijk in te schatten individuele en nationalistische oprispingen wat internationaal reisverkeer erg beperkt. Dit alles tegen een achtergrond van wisselend klantengedrag dat in deze post-corona-tijden, behalve zijn steevaste én gebruikelijke vakantie-ervaringen, ook wel eens nieuwe toeristische aanbiedingen wil omarmen die in pre-corona-tijden nauwelijks aan bod kwamen. Nieuwe projecten zoals culinaire cruises, wijntoerisme, sportieve archeologische tochten, sterrenwachtexcursies, tuinreizen, vogelaarstrips naar de Azoren of de Faeröer of het Spaanse Zwingebied -met name het nationaal park Doñana in Andalusië, nieuwe/oude romantische treinreizen… En zo kun je nog even doorgaan.

Problematisch wordt het langzaam heropstarten voor het zakenreissegment dat tussen alle protocollen van luchthavens, hotels en airlines de mobiele zakenreiziger opnieuw moet overtuigen zijn videoconferentie in te ruilen voor echte ‘business meetings’. Zoals voor vele themata  zal de Covid 19-crisis ook hier een accelerator zijn om het eco-systeem van de zakenreiziger performanter en transparanter te veranderen zodat het geheel toekomstgericht duurzamer en klantgerichter wordt. Nieuwe ‘best practice processen’, zowel in de front end als back end moeten doorzichtiger worden. Voor de ‘customer experience’ is het boekingsproces uiteraard het meest zichtbare. Nieuwe technologietools zoals NDC (New Distribution Capability) in de luchtvaartindustrie kan de ‘consumerisation of business travel’ verder optimaliseren. Vraag is of dit voor alle airlines een even grote noodzaak is –met behoefte aan investeringen – terwijl ook online booking tools gaan moeten investeren om de integratie van die nieuwe technologieën efficiënter te maken. Met als ultiem pijnpunt het verdienmodel in de business travel-wereld (meestal staan hier de fameuze supercommissies voor 1% van de toegevoegde waarde). Risicovol in een volatiele wereld waar robuuste modellen een must vormen om op lange termijn de noodzakelijke stabiliteit te creëren om de hele reisketen voor iedereen performanter, transparanter en rendabeler te maken!

Robrecht Willaert, hoofdredacteur

P.S. In het licht van de ‘euforie’ dat grenzen en luchthavens openden, toch even duidelijk stellen dat momenteel slechts 6% van alle bestemmingen wereldwijd zonder quarantaine- of andere beperkende maatregelen kunnen bereisd worden. Een hallucinant cijfer om de perceptie bij te sturen dat de wereld nu al opnieuw aan onze reisvoeten ligt.

 


 

Vrijdag 12 juni 2020

Heropeningen, echte boekingen, nieuwe modellen, enz.

Terwijl dezer dagen al heel wat reisbureaus opnieuw fysiek hun deuren openen, blijft –ondanks de heropening van de grenzen, regio’s en accommodaties en het heropstarten van diverse luchtvaartmaatschappijen – één grote onzekerheid troef. Niet zozeer om opnieuw te reizen maar vaak onduidelijkheid over vroeger geboekte data en vluchten die in de onvermijdelijke mallemolen van nieuwe verplichte maatregelen (vooral sanitair) opgelegd aan de reisproducenten, heel wat vragen, ongemak en opnieuw her-annuleringen veroorzaken bij de klant én de reisagent. Het is nu eenmaal logisch dat pre-corona-vluchtschema’s bij het heropstarten niet meer 100% kunnen gehandhaafd blijven, zeker wanneer heel wat landen zelf nog niet weten wanneer ze het toeristisch luchtruim opnieuw zullen openen.

Iedereen blijft de ‘tegoedbon’ – maar door vele media onveranderd de coronavoucher genoemd – een huidig noodzakelijk én passend antwoord vinden om de financiële nood van de hele keten reisaanbieders een halt toe te roepen. Maar voor vele waarnemers is deze maatregel – ondertussen in Nederland via de SGR (Stichting Garantiefonds Reisgelden) met gedoogsteun van de overheid verlengd tot 31 augustus.  In ons land kijken de beroepsverenigingen met spanning uit naar de overheid om te zien hoe zij hier ‘in welke vorm dan ook’ de einddatum van het Ministerieel Besluit van 19 maart met de ‘tegoedbon’ al dan niet verplicht of vrijwillig gaat verlenen langer dan 19 juni. Niet vergeten dat alleen Italië en Frankrijk per decreet, en België via een Ministerieel Besluit, deze maatregel hebben doorgedrukt en dat andere landen, zoals Nederland, met de impliciete goedkeuring van de overheid, dit via de brancheorganisaties heeft gerealiseerd. Anderzijds mag men niet uit het oog verliezen dat de ‘coronavoucher’ voor velen minstens een tweesnijdend zwaard is dat de problematiek van omzet en inkomsten naar volgend jaar laat opschuiven voor zowel organisator als wederverkoper. Voor vele reisbureaus is het vooruitzicht op omzet vandaag vaak even dun als de inhoud van de dagelijkse kassa. Daarom is het goed dat met de fysieke heropening van de kantoren, ondanks de duizend vragen naar omboekingen en annulaties, ook opnieuw reëel verkocht wordt. Eindelijk wordt de vraag naar concrete reisaanbiedingen opnieuw omgezet in ‘échte boekingen’. Dezer dagen hanteren reisorganisatoren vaak al eens eenzijdig de annulatie-hakbijl voor dossiers met afreis in het najaar omdat sommige reisagenten een gebrek aan liquiditeiten (of gebrek aan boekingen?) hebben en aldus de voorschotten, of saldo’s binnen de vooropgestelde termijn niet kunnen betalen. Op die manier wordt het financieel risico weliswaar beperkt, maar staat de klant hiertegenover onwetend in de kou. Een bijkomend probleem is ook dat sommige to’s op geannuleerde dossiers geen commissie meer betalen terwijl bij vele (maar niet alle) dit gestipuleerd staat in de jarenlange samenwerkingsvoorwaarden. Tot slot: nog een probleem tegenwoordig is dat sommige klanten helemaal niet betalen. Ook hier geldt het gouden adagium dat een bonafide reisbureau met de B2B-vouchers altijd tegen alle calamiteiten verzekerd is.

Maar ook op macro-economisch vlak gaat het post-corona tijdperk danig door elkaar geschud worden. En dit zowel in de relatie tussen de klant en zijn leverancier, als tussen producent en verkoper. Vele grote reisconcerns zullen noodgedwongen minder kapitaalintensief gaan opereren. In de huidige crisis is er een gigantisch domino-effect ontstaan waarbij door een absolute cash-stop niemand nog niemand meer betaalt. Zo heeft TUI in deze crisis zijn investeringen drastisch beperkt en houdt zelfs enerzijds uitstaande (maar overeengekomen) betalingen aan partner-hoteliers wereldwijd tegen om de noodzakelijke cash-flow te behouden, en anderzijds krijgen diverse Middellandse Zee partner-hoteliers die de voorbije winterperiode van TUI grote bedragen ontvangen hadden (en deels al gebruikt hebben als voorbereiding van het zomerseizoen 2020) de vraag om sommige betalingen deels terug te storten.

Nu al kijken grote reisondernemingen, hotelketens, cruiserederijen en airlines uit waar straks bij een geringe vraag zich overcapaciteiten gaan opstapelen. Punt is dat onze reisindustrie in een goeie, bloeiende conjunctuur op alle niveaus goed verdient maar dat men in crisistijden overal verliest.

De relatie ‘luchtvaartmaatschappij en zakenreisbureau’ gaat in de post-corona tijden met een mindere – of andere –  vraag van ongebreidelde zakenreizen danig op de proef gesteld worden. Jarenlang was het businessmodel voor sommige zakenreiskantoren gedeeltelijk gebaseerd op de uitkering van de substantiële ‘supercommissie’ vanwege de partner-airlines die op die manier de nodige financiële zuurstof bezorgden om de zakenreisoutlets optimaal te laten draaien. Maar met de introductie van nieuwe airline tools en digitale technologieën (zoals self booking tools), met een gewijzigde GDS opstelling en de Direct Connect (rechtstreeks verbonden met de server van de airlinegroep), die beide minder inkomsten genereren voor het kantoor, gaat het bedrijf creatief (o.a. door nieuwe pricing-modellen) moeten inzetten om de relatie met de klant –waarbij scherpe overeengekomen handling fees moeilijk verhoogd kunnen worden – toekomstgericht overeind te houden.

Ook in de leisurewereld waar de nieuwe Europese reiswetgeving verre van ‘future proof’ opgesteld is, zal het B2B-model in de relatie tussen organisator en wederverkoper danig op de proef gesteld worden. Daarom moet (ik schrijf het andermaal…RW) prioritair de creatie van een Europees noodfonds – ook voor onze reisindustrie – op de agenda komen, nu onze vakverenigingen via een zwaar onderbouwde impactanalyse van de reissector, de overheid met de nodige data aangetoond hebben dat wij als dienstensector (samen met de evenementensector en hospitality) een essentiële rol spelen in het sociaal- én economisch weefsel van de maatschappij.

Maar de niet-eindigende serie externe calamiteiten die de reissector de jongste decennia blijven treffen (van 9/11 aanslagen over globale terreur, epidemieën, vulkaanuitbarstingen, enz.) tonen anderzijds aan dat in een globale reiswereld de noodzaak aan samenwerking tussen de georganiseerde reisindustrie – producent en wederverkoper – én klant essentieel is (“De klant is, als onderdeel van het hele ecosysteem, uiteindelijk van iedereen.”)

Data uitwisseling in een online en mobiel gestuurde wereld moet evident zijn met respect voor privacy en desiderata van de klant. Een fenomeen bijvoorbeeld van direct billing – in welke vorm dan ook – die alleen via ruime consultatie onder alle betrokken partijen tot stand kan komen, zal morgen in de onderlinge relaties tussen alle actoren van de reisketen ‘essentieel’ worden.

Eindelijk zou voortschrijdend inzicht hier ons moeten doen inzien dat we, ondanks alle pre-corona vooroordelen, toch iets willen bijleren, met name dat we alleen ‘gemeenschappelijk’, zonder emo’s en ego’s, de reissector duurzaam en rendabel kunnen laten groeien en aldus een ijkpunt vormen voor de diverse overheden, die ons vandaag (gelukkig) ondersteunen.

Robrecht Willaert, hoofdredacteur

 


 

Vrijdag 5 juni 2020

Digitalisering, vervuiling, klimaatdoelstellingen, enz.

Met het opeenvolgende, geleidelijk heropstarten van diverse economische sectoren en de aarzelende openingen van de Europese grenzen komt onze samenleving meer dan ooit terecht in een dansende spiraal van eerst niet ‘mogen’ en ‘kunnen’ en vandaag van wel ‘willen’ en al dan niet ‘durven’. Dit alles onder invloed van wat lang geleden ‘deskundigen’ heette, gisteren ‘specialisten’ en vandaag ‘experts’. De trouwe Mao-volgelingen hebben de jongste decennia als het ware meer moeite gehad om de nieuwe Chinese mens te façonneren dan de armada virologen (en gelijkgezinden) nodig had ons allen online op 10 weken tijd te indoctrineren. Daarbij valt in deze aarzelende post-coronatijden op dat de overheid, die zich de jongste 3 maanden als de grote verbieder profileerde, zich hiervoor nu terugtrekt maar terzelfdertijd ook haar rol als redder opgeeft. Het doet zo’n beetje denken aan de rol van de banken die gretig paraplu’s uitdelen bij mooi weer maar dezelfde paraplu opeisen zodra het begint te regenen. Dit alles tegen een achtergrond van alsmaar groter wordende economische kerkhoven in tal van dienstensectoren terwijl de beurswereld iedere dag op de aandelenmarkt post-corona dansjes uitvoert. Daartussen moet het wereldwijde toerisme ‘solo slim’ laveren om bij de consument opnieuw vertrouwen te creëren om de wijde wereld opnieuw – en duurzamer dan ooit – te ontdekken. Provisorisch vertrouwen, want de waarschuwing blijft permanent wegen voor een eventuele tweede golf (*1)

In deze ‘never ending’ discussie over de vervuilende rol van de luchtvaart – die door meestal even betweterige als niet beslagen experts, politici, enz. met de fetisch van grote vervuiler tegen de wand geplakt wordt – is het hoog tijd deze al jarenlange misvatting beter te kaderen. Terwijl de wereldwijde luchtvaartsector, naargelang  van de continenten, verantwoordelijk is voor 2,5 % tot 3 % van alle CO2 uitstoot, komt bijna 4% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen van de ICT-sector! Meer nog, de digitalisering – o.a. nog extra gestimuleerd door de hele coronaproblematiek – draagt meer bij tot de klimaatopwarming dan dat ze oplossingen biedt. Dit staat allemaal te lezen in opeenvolgende rapporten van ‘The Shift Project’ (*2), een Franse denktank die permanent onderzoek verricht naar een evoluerende wereld zonder fossiele brandstoffen. De digitalisering wordt in vele sectoren gezien als een oplossing om het energieverbruik te doen dalen. Maar de impact van de digitalisering zelf die een enorme invloed heeft op het milieu en het klimaat, wordt zwaar onderschat.

In 2019 was de informatie- en communicatietechnologie (ICT) al verantwoordelijk voor 3,7% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. In 2013 was dat maar 2,3%, bijna de helft minder! In 5 jaar tijd gaat het om 450 miljoen ton meer, en dit in tegenstelling met veel andere sectoren, waar de CO2-uitstoot de jongste jaren daalt.

Niet alleen het gebruik van de technologie maar het produceren zelf, vergt ervan veel energie. De rush op zeldzame mineralen zoals lithium, koper, kobalt, enz. leidt straks tot ecologische rampen. De befaamde (en toeristisch hoog geprezen) Atacama woestijn in Chili dreigt morgen een zoutvlakte te worden zonder water omwille van de ongebreidelde mijnontginningen naar de diverse grondstoffen. Algemeen genomen hebben de fabricatie van zonnepanelen, windmolens, batterijen voor bijvoorbeeld elektrische wagens minstens een 25 tal mineralen nodig, waarbij de ontginning hiervan in heel wat landen tot nieuwe ‘groene’ milieurampen gaat leiden. De energiesector gaat, ondanks de noodzakelijke compensatiemaatregelen, ongebreideld blijven groeien terwijl de luchtvaart, met zijn cyclische golfen, weliswaar ook trapsgewijze groeit, maar regelmatig door zovele calamiteiten (terreur, crisissen, vulkaanuitbarstingen,…) gaat, dat deze groei structureel getemperd blijft.

Indien de ICT-sector in dit tempo zo blijft vervuilen, dan is die tegen 2025 verantwoordelijk voor 8% van de wereldwijde koolstofuitstoot (en dit is meer dan de chemische sector of zware industrie). Terwijl ondertussen mobiele netwerken (zoals 5G) net zoals datacenters als kool blijven groeien, worden de klimaatdoelstellingen van Parijs in deze sector totaal onhaalbaar. De Open Data Center Alliance (een onafhankelijke organisatie opgericht in 2010 met de hulp van Intel om de ontwikkeling van standaarden voor cloud computing te coördineren, n.v.d.r.) berekende dat de uitstoot van broeikasgassen door de gestage groei van de ICT-sector groter gaat worden dan die van de luchtvaart. Elke dag 20 mails lezen, creëert evenveel broeikasgassen als iemand die jaarlijks 1000 kilometer met de auto rijdt. Eén mail van één megabyte die 5 minuten op een computerscherm staat, veroorzaakt zo’n 20 gram kooldioxide. Het ongebreideld ‘gebruik’ van de smartphone via chatten, posten, sharen, liken, streamen, shoppen, gamen, WhatsAppen en mailen is de grootste vervuiler in de hele keten van de ICT-sector.

Om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen mag het energieverbruik van de ICT-sector hooguit jaarlijks met 1,5% blijven groeien. Met andere woorden de boodschap is duidelijk: minder energie verbruiken want de digitalisering is inderdaad onomkeerbaar en zal blijven groeien. Maar diezelfde groei draagt uiteindelijk meer bij tot de klimaatopwarming dan dat ze oplossingen biedt.

Ondertussen blijft de luchtvaart op zijn manier, net zoals de cruiserederijen en hotelconcerns innovatieve energiepakketten realiseren om tot een meer acceptabele ecologische footprint te komen voor de gebruiker. En toch blijft onze reisindustrie, in alle categorieën, ‘gestigmatiseerd’ als de grote vervuiler afgeschilderd en dat in vele media die zich ‘digitaal’ als rechter opstellen maar zelf ‘online’ de grote vervuiler blijven spelen.

Robrecht Willaert, hoofdredacteur

 

(*1) In België zijn volgens officiële statistieken van Sciensano die de dagelijkse cijfers publiceert, momenteel zo’n 9500 sterfgevallen genoteerd omwille van de COVID-19 pandemie. Daarvan zat 10% in de leeftijdscategorie 20-65 jaar, d.w.z. de echte actieve beroepsbevolking. Daarin zijn 32 slachtoffers te betreuren jonger dan 44 jaar, maar meer dan 70% was ouder dan 75 jaar. Cijfers om mee te nemen bij een eventuele tweede golf om de hele brede – actieve – bevolking niet opnieuw in een lockdown te plaatsen.

(*2) The Shift Project 2019.pdf : https://theshiftproject.org/wp-content/uploads/2019/07/2019-02.pdf

 


 

 

Vrijdag 29 mei 2020

Voortschrijdend inzicht, open grenzen, consumentenvertrouwen, enz.

Uiterlijk half juni weet de gezonde en mobiele Europeaan – die normaal gezien rond die tijd zijn jaarlijkse zomervakantie plant of begint – of de Europese- en Schengengrenzen voor een toeristische reis zonder quarantaineperikelen, zullen opengaan. Bondskanselier Angela Merkel – al dan niet in afspraak met de Europese buurlanden – wil inderdaad rond 15 juni de wereldwijde reiswaarschuwing voor toerisme opheffen naar 31 landen, 27 EU en 4 Schengenlanden (Zwitserland, Noorwegen, IJsland en Lichtenstein). Over intercontinentale reizen horen we, in het veelvoud van bijna Bijbelse aankondigingen van landen en regio’s die te popelen staan zichzelf ‘corona-proof’ te verkopen, bijna niets. Hoewel verschillende Afrikaanse toeristische regio’s, net zoals in de Caraïben, met respect voor de sanitaire coronaregels perfect een heropstartende internationale toeristenflux kunnen ontvangen.

Groot probleem bij het opstarten van iedere luchtvaartverbinding dezer dagen is operationeel ‘tous azimuts’ te kunnen van start gaan zoals bijvoorbeeld op 1 juli voor een Spanje, Italië, Portugal of een Griekenland, terwijl nagenoeg alle toestellen van nagenoeg alle airlines 8 à 10 weken op een of andere tarmac, waar ook ter wereld, permanent geparkeerd stonden. Voor de operationele startfases wordt door diverse carriers nu gekeken naar al ‘geopende air-corridors’ in bijvoorbeeld een Albanië of een Bulgarije zodat iedereen, met de sanitaire richtlijnen van de Europese gezondheidsinstanties indachtig, begin juli met de klant richting Middellandse Zee kan opstijgen.

Daarbij komt uiteraard dan ook helemaal vooraan in het prioriteitenlijstje, of de klant na maanden ‘tele-indoctrinatie’ van niet kunnen of mogen, nu wel zal willen of durven aan boord te gaan, met inachtname van het meten van lichaamstemperatuur en het dragen van mondkapjes. Anders gezegd wil iedere airline wel voldoende capaciteit realiseren om minimaal de kosten te dekken. Uit recente IATA-data blijkt dat op een geheel van 122 carriers vorig jaar de BLF’s (Break-even Load Factor) amper 4 maatschappijen break-even vlogen met een bezettingsgraad lager dan 62%! Daarbij komt dat, cruciaal in deze primaire post-corona periode waar het internationaal toerisme letterlijk van nul moet opstarten, de consument – indien hij wil reizen – aarzelend en laattijdig gaat beslissen opnieuw te vliegen.

Bij de eerste reprise in China –waarbij op dit ogenblik al 30% van het binnenlandse luchtverkeer opnieuw op gang is gekomen – is de last minute-reflex om te boeken nog verlaat. Met andere woorden studies wijzen uit dat globaal de jongste jaren de klant voor 40% boekte tot 3 dagen ‘voor’ vertrek, vandaag na de coronacrisis boekt meer dan 60% tussen 2 dagen en 0 dagen ‘voor’ het vertrek. Als je weet dat een luchtvaartmaatschappij – waar ook ter wereld – investeringen en operaties plant tussen 5 en 10 jaar vooruit, dan zie je de economische moeilijkheid om commercieel rendabel te opereren met een klantenmassa die amper 1 dag voor het vertrek beslist om te vliegen.

Ondertussen tonen dezelfde post-coronastudies aan dat het heropnemende economische leven (leidend tot een gestructureerd bruto nationaal product) dubbel zo snel groeit dan het consumentenvertrouwen. Uiteraard gaat onze reiswereld ook – in alle omringende landen – ervan uit dat vele trouwe klanten meer dan ooit na de covid-19 pandemie opnieuw duurzaam willen gaan reizen, maar er zijn ook al wat rapporten en studies gepubliceerd waarbij klanten aangeven liefst nog te willen ‘wachten’.

Hiertegenover staat wel dat de financiële markten dezer dagen positief reageren, en met vernieuwd vertrouwen, op de voorzichtige relance van de reisindustrie met aandelen-uitschieters (tot en met een beursrally) van een RCCL (+22%), Carnival Cruises (+25%), Norwegian Cruise Line (+30%) of een TUI (+78%).

Daarom is het ondertussen nog altijd aangewezen dat de prima genegotieerde akkoorden (dankzij de gezamenlijke inspanningen van de diverse beroeps- en belangenverenigingen) in ons land met de overheid in verband met o.a. de ‘tegoedbonnen’, het ‘overbruggingskrediet’ en de ‘technische werkloosheid’ over de zomer verlengd kunnen worden net zoals in Frankrijk (september), UK (eind oktober) evenals Nederland (met de NOW-regeling) en Duitsland/Luxemburg (met de Kurzarbeit).

Daarenboven blijft de sector in globo pleiten voor een al dan niet Europees steunfonds voor de reisindustrie om de komende twee jaren structureel overeind te blijven. Vorig weekend gepubliceerde economische data van IATA geven duidelijk aan dat zowel het volume als de prijsstructuur van de luchtvaarttickets die nog in 2019 golden, niet voor 2023 terugkomen op een min of meer gelijkaardig niveau.

Robrecht Willaert, hoofdredacteur

 


 

Vrijdag 22 mei 2020

Weerbaarheid, clarity, communicatie, enz.

Massatoerisme, zoals het decennia groeide als een onbetwistbaar speerpunt van het mondiaal toerisme, is al enkele jaren over zijn hoogtepunt heen, lang voor de uitbraak van de corona-pandemie. Massatoerisme als exponent van honderden, duizenden zonnekloppers die op hun 6m2 dag in dag uit zich in zonnekuren wentelden aan een Middellands hotelzwembad of een naburig strand. De absolute all-in formule van de standaardpakketreis staat de jongste jaren erg onder druk – de cijfers van de diverse beroepsverenigingen bewijzen deze trend – ten voordele van de ‘gepersonaliseerde beleving’ van de klant waarbij moderne formules vandaag heel vaak uitgedokterd worden door creatieve niche touroperators en last but not least out-of-the-box reisadviseurs. Zelfs de grote reisconcerns hebben deze verschuiving zien aankomen en zetten vandaag evenzeer in op de essentiële ‘reisbeleving’ van de klant in de hele geleding van het reistraject, vooraf, tijdens en na de reis, dankzij o.a. de immense dataverzameling die nagenoeg iedere wederverkoper en organisator nu ter beschikking heeft. Massaal zal er altijd – en opnieuw gereisd worden – zelfs in de anderhalve meter-maatschappij die nu even de bovenhand haalt. Maar de individuele beleving gaat in deze globaliserende wereld meer dan ooit prevaleren boven het massale ‘overtoerisme’ dat hoe dan ook – ook zonder corona – aan een dringende herdefinitie toe was.

Ondertussen worden we de jongste dagen voortdurend heen en weer gebalanceerd tussen allerlei – vaak tegenstrijdige – aankondigingen over nieuwe fases van grensopeningen, regio’s en hotels die begin juli de internationale toeristenstroom willen – en kunnen – verwelkomen in zogenaamde ‘landenclusters’ of ‘reiscorridors’ zonder de noodzakelijke toegang of exitquarantaine te moeten ondergaan voor de mobiele reiziger. Opvallend hierbij is dat nagenoeg ieder EU-land hier alleen voor zichzelf spreekt en dat de Europese Unie en/of Commissie – die oh zo graag iedereen de les spelt in soms absurde reglementeringen – geen eensluidende richtlijnen uitvaardigt in verband met het uniform openen van de binnen- en buitengrenzen van bijvoorbeeld het Schengen-Europa. Uiteraard speelt de beheersing van het coronavirus in ieder land wel zijn noodzakelijke rol, maar – zoals de situatie zich vandaag in Europa ontwikkelt – zou een dergelijk positief signaal en perspectief ook op Europees niveau vandaag (einde mei) meer dan welkom zijn. Dat vele onduidelijkheden (en tegenstrijdigheden) in de verschillende EU-landen i.v.m. de communicatie over grensopeningen en reismogelijkheden situeert zich ook op het niveau van hoe diverse overheden het gebruik van bijvoorbeeld de ‘tegoedbonnen’ of ‘coronavouchers’ communiceren. Het doet me soms aan de historische sketches van de Britse komediegroep Monty Python uit de jaren ’70 denken, met hun hilarische uitspraken (in diverse shows) over “Hi guys, a little more clarity, please!” Vele consumenten maken vandaag in het imbroglio van de ‘tegoedbonnen’ voor pakketreizen geen onderscheid met de ‘refunds’ van de luchtvaartmaatschappijen. Het is niet omdat het historische unicum – dat er bij IATA voor het allereerst sprake is van een negatieve verkoop in de coronamaand april – dat de EU- en IATA-regels niet meer zouden gelden. Negatieve verkoop wil zeggen dat er meer tickets zijn ingediend voor terugbetaling dan er verkocht werden. In april 2019 werd er zo’n 286 miljoen euro aan betalingen gedaan aan IATA. Het aantal door IATA verwerkte documenten in april daalde in april 2020 verder tot 88,3% (in maart nog 55,4%) met inbegrip van de ingediende refunds. Nu verschillende EU-landen met hun respectievelijke home carriers als Frankrijk, UK, Nederland, Duitsland enz. garant staan – via een borgstelling of leningen allerhande – voor de eventuele financiële restitutie (bepaling EU 261) aan de klanten, is het geroep van Ryanair’s topman O’Leary deze week ook fel afgezwakt, waarbij hij de voorbije weken er bleef op hameren de LH’s, AF/KLM’s en Alitalia’s en vele anderen voor het Europese Hof te dagen voor ongeoorloofde en concurrentievervalsende staatsteun. Aangezien Ryanair ook voor een deel Brits is, komt het bedrijf via de Britse overheid nu ook in aanmerking voor een financiële ondersteuning. Via een speciaal financieel coronaprogramma dat de overheid, samen met de Britse Nationale Bank, heeft opgesteld, leent het bedrijf nu 600 miljoen pond, met als primair doel een lange periode van financiële moeilijkheden te overbruggen. Ondertussen is het duidelijk dat niet alleen voor Europa’s top low-cost carriers als Ryanair, EasyJet, Wizz Air, enz. maar ook de klassieke airlines, het tot de zomer 2022 zal duren vooraleer het aantal passagiers en de ticketprijzen opnieuw op het niveau van 2019 zullen komen.

Daarom zijn allerlei soorten incentives vandaag meer dan welkom om de aarzelende klant morgen – onzeker in een zee van annuleringen en refunds – opnieuw aan het reizen te krijgen. Zo paste KLM deze week haar annuleringsbeleid aan: de klant kan ofwel een voucher krijgen, of kan kiezen om het geld terug te vragen. Maar de voucher krijgt een extra waarde van 15%, in te zetten bij een nieuwe boeking, weliswaar niet meegenomen in een cash uitbetaling na 12 maanden als er geen nieuwe boeking is gedaan.

Hoe dan ook is er dringend behoefte in deze oceaan en warboel van diverse airline maatregelen om tot gezamenlijke richtlijnen te komen, bijvoorbeeld ook ten aanzien van het dragen van mondkapjes aan boord. Maar ook voor de meetings- en zakenreiswereld dreigt de samenwerking met de airlines een andere invulling te krijgen. Face-to-face meetings zijn vandaag (bijna) niet mogelijk en op het Nederlandse hoofdkantoor van KLM is er tot 1 september e.k. geen extern bezoek toegelaten. Veel bedrijven in de zakenwereld hameren er dan ook op om zoveel mogelijk refunds binnen te halen voor vluchten die zijn geannuleerd. Vaak gaat het om vele miljoenen euro’s, te boeken via TMC’s die de annuleringen en refunds verzorgen.

Een van ’s werelds toonaangevende TMC’s, BCD Travel, heeft zoals vele collega’s diverse surveys gedaan onder de klanten in verband met duty of care en reisveiligheid (traveller security). Absolute prioriteit voor de bedrijfsleiders is zekerheid voor hun reizigers (geen liabilities). Moeten er extra-verzekeringen komen indien iemand door het virus ter plaatse wordt aangetast (bijv. extra kosten zoals in de VSA waar ziekenzorg bijna onbetaalbaar is)? Wat met quarantaine, sanitaire checks in hotels? Wat met huurwagens, enz.?

De eerste nieuwe reistransacties komen ondertussen in China al op gang: 30% van het binnenlandse verkeer is – nu medio mei – opnieuw opgestart. Nieuwe travel-bubbel tussen Australië en Nieuw-Zeeland is in de maak. Hoe gaan straks na de zomer de Amerikaanse airlines zich aanpassen, en hoe wordt hier het overheidssteunpakket van 25 miljard dollar in verwerkt?

Ondertussen is bij vele bedrijven telewerk al wat beter ingeburgerd maar reizen en elkaar ook zakelijk ontmoeten blijft meer dan ooit noodzakelijk. De klant bijvoorbeeld mobiel blijven informeren in een kader van pre-trip approvals met o.a. veiligheid, overstaproutes, enz. Vandaar dat in het licht van deze vaak permanente hybride maatregelen een duidelijke reispolitiek voor iedereen meer dan ooit aan de orde is. Dat geldt uiteindelijk voor iedereen, die in de reisindustrie straks opnieuw mobiel is, hoe alle actoren unisono duidelijk communiceren hoe veilig en aangenaam we met z’n allen opnieuw, met welk transportmiddel dan ook, duurzaam kunnen reizen en de wereld blijven ontdekken!

Robrecht Willaert, hoofdredacteur

P.S. Het VTM Nieuws programma Telefacts zond dinsdag ll. een reportage over reizen na corona uit, onder de titel SOS Reizen. Wie het gemist heeft, kan het nog steeds bekijken via de app VTM GO.

 


 

Vrijdag 15 mei 2020

Marktonderzoeken, ondergesneeuwd nieuws, coronacertificaat, enz.

Terwijl vele professionals in onze industrie de voorbije ‘coroniale’ weken als een paternoster iedere dag als ‘gelijkaardige’ dagen zagen voorbijdefileren gevuld met deeltijdse technische werkloosheid, klanten helpen en adviseren bij refunds, tegoedbonnen (coronavoucher als term mogen we niet meer gebruiken), en talloze annulaties – en soms – aarzelende email- of sporadische telefonische boekingen, zijn de jongste dagen her en der out-of-the-box ideeën en voorstellen van allerlei actoren in de sector niet meer bij te houden.

Dinsdag organiseerde de FBAA een e-protestmars op Brussel, online met video, als een noodkreet voor de (ook) zwaar getroffen autocarsector met zijn 6200 eenheden, 10.000 personeelsleden tijdelijke werkloos en met een roep naar een steunfonds van zo’n 120 miljoen euro. Neem als voorbeeld zowel een Voyages Léonard als Rantour – twee van de vele bedrijven – zijn in hun hart getroffen. Met 13 autocars en 30 mensen, kende Rantour (een kwaliteitsvolle maar zoals zovele collega’s typische KMO) de voorbije weken voor  200.000 euro annulaties, voor busreizen die niet meer te recupereren zijn.

Event Masters, een toonaangevend meeting- en evenementen topbedrijf uit Willebroek, lanceerde deze week een nieuw concept van online teambuildingsessies waarbij zij hun traditionele know how nu ook digitaal trachten uit te spelen voor hun portefeuille klanten.

En zo kunnen we nog even doorgaan met talrijke surveys en toeristische onderzoeken. Zo publiceerde de Thomas More Hogeschool Toerisme Mechelen de voorbije dagen hun 1803 ondervraagde Vlamingen onderzoek over hun vakantieplannen voor deze zomer. Uit de resultaten blijkt dat een grote meerderheid zijn initiële reisplannen hebben aangepast door de coronacrisis, dat ze deze zomer (21%) hun vakantie in België zullen doorbrengen en dat ze ook bereid zijn daar méér voor te willen betalen (resultaten op te vragen via kaat.deridder@thomasmore.be). Ook de gespecialiseerde Davidsfonds Cultuurreizen peilde de voorbije week bij zo’n 1000 aspirantreizigers en partners naar ‘reizen na corona’, wetende dat deze nichespeler als onwrikbaar DNA ‘kwalitatieve groepsreizen’ met topreisleiders organiseert. De grote meerderheid wil groepsreizen blijven doen (80%), evenveel blijven reizen (65%), meer Europa (52%), verre bestemmingen (45%), 78% wil inspelen op een nieuw aanbod binnen eigen land, cruises oké maar aandacht voor kleinere schepen (62%), kleinere reisgroepen (nu is het maximum 25 pax) waar kan, maar hoeft niet (55%) enz. (resultaten op te vragen via www.cultuurreizen.be). Ook de bekende Aviareps Group lanceert nu ook een EU Virtual Fair van 22 tot 24 juni e.k., het eerste B2B matchmaking event, met de steun van de Europese Unie.

Ondertussen heeft de Europese Commissie voorbije woensdag een langverwachte ‘roadmap’ voorgesteld waarbij de grenzen tussen lidstaten initieel en geleidelijk moeten openen en de reissector als geheel internationaal moet voldoen aan strenge gezondheidsprotocollen  die overigens meestal van land tot land verschillen. Wat de toegoedbonnen betreft is het moeilijk te begrijpen dat de anders zo hoog aangeschreven vice presidente van de Commissie zich hierover vergist heeft en dat op woensdagavond laat heeft rechtgezet.

In tegenstelling met haar presentatie gaat Europa geen inbreukprocedure tegen lidstaten opstarten bij de besluiten over een tegoedbon die de consument verplicht in een aantal landen (zoals België, Italië en Frankrijk waar het reeds in een wettekst gegoten is) moet aannemen, maar gaat het uitsluitend over een ‘aanbeveling’ voor lidstaten die een vouchersysteem willen invoeren. Met andere woorden het Ministerieel Besluit van de Belgische Minister Muylle (einde maart / begin april) blijft onveranderd overeind. Ook de Nederlandse premier Rutte gaf woensdagavond aan onverminderd verder te gaan met de vouchers. Was het omgekeerde gebeurd, dan had de hele reisindustrie zware klappen gekregen. Toerisme is goed voor 10% van het Europees bbp met een tewerkstelling van 27 miljoen werknemers. Zonder overheidssteun en een structureel noodfonds staan straks 9 miljoen gemotiveerde en gekwalificeerde Europese toerismemedewerkers op straat.

Tussen al dit coronageweld draait de wereld ook in onze industrie onverminderd verder. Zo is het dan ook niet toevallig dat heel wat nieuws uit de toeristische sectoren de voorbije weken mediamatig ongemerkt onze aandacht gepasseerd is. Wij hebben het hier niet over de onwaarschijnlijke uitschuiver deze week in Trends-Tendances waarin minister Alexander De Croo de horecasector  in ons land wegzet als ‘een branche met weinig kapitaal en weinig winsten’, en daarbij toevoegt “… willen we nog een horecasector in België?…” Gevolg: een tsunami van reacties op de sociale media met als uitschieter: ‘Willen we nog wel 50 ministers in ons land?’

Zo is er ook recent nieuws uit de hotelindustrie dat vele waarnemers beslist is ontgaan. Op 8 januari ll. is de iconische hoteleigenares, Juliette Augier, van het legendarische Negresco hotel (geopend in 1912) op de Promenade des Anglais in Nice gestorven zonder enige erfgenaam na te laten. Negresco is overigens het enige en laatste overgebleven puur Franse klassieke ‘Palace’ hotel in Frankrijk. De rechtbank in Marseille heeft in volle coronatijd medio april het hotel een juridische bescherming gegeven en moet voor de zomer voor de verderzetting van de hoteloperaties een passende oplossing vinden. Verder is er op 8 maart in Kaapstad een andere hoteltycoon gestorven. Met name de 84-jarige Zuid-Afrikaanse hotellier Sol Kerzner. Op de ITB Berlijn 2019 in het kader van de jaarlijkse International Hotel Investment Forum nog bekroond met een Lifetime Achievement Award. Sol Kerzner is o.a. stichter van de luxe hotelketen One & Only Resorts en ook van de oorspronkelijk Zuid-Afrikaanse Southern Sun Hotels (waaronder het beroemde Sun City complex). Hij was ook de stichter van het Atlantis hotel op Paradise Island in de Bahamas (jaren ’90), en later de Atlantis Hotels I & II in Dubai. In dezelfde coronaperiode is op 25 maart het legendarische Ritz hotel in Londen van eigenaar veranderd. De flamboyante miljardairbroers Frederick en David Barclay rolden al enkele jaren over de grond i.v.m. de opvolging, en uiteindelijk is een Qatari-investeerdersgroep met het hotel aan de haal gegaan. Het hotel werd in 1906 geopend door de Zwitser César Ritz, de Barclays betaalden in 1995 er 75 miljoen pond voor en naar verluidt is het nu verkocht voor meer dan 800 miljoen pond. Sedert de coronacrisis is het nu voor het eerst in 115 jaar gesloten.

Een andere topic trok in deze vreemde coronaweken de aandacht met name in de toeristische technologiewereld: de Amerikaanse GDS Sabre (samen met Amadeus en Travelport, een van de 3 grote GDS’en) heeft op 9 april de aankondiging gemaakt de uiterst gegeerde en performante webbookingstool Farelogix niet over te kunnen nemen, omwille van een definitief njet van de Britse antitrustauthoriteiten. Sabre had al maanden vooraf aangekondigd voor zo’n 360 miljoen dollar het Farelogix SPRK-product te willen inlijven in een hedendaagse direct connect-battle tussen de luchtvaartmaatschappijen en de klassieke GDS-operatoren. Een indirecte boost, volgens gespecialiseerde waarnemers, voor luchtvaartgroepen als Lufthansa die zich hoe langer hoe meer (met de lucratieve ancillaries business in het achterhoofd) willen profileren buitenom de klassieke GDS-en.

Last but not least is ondertussen bij onze Luxemburgse buren een tijdperk beëindigd in de reissector. Na 15 jaar lang diverse directiefuncties bij de Luxair Group te hebben vervuld,  is Adrien Ney op pensioen vertrokken en wordt per 1 juni e.k. de 44 jarige Gilles Feith de nieuwe CEO en topman van Luxair Group, met o.a. de airline Luxair en touroperator Luxair Tours. De nieuwe voorzitter heeft met een ruime ervaring in management en informatica diverse functies bekleed bij Luxemburgse ministeriële kabinetten en overheidsdiensten. Voor Luxair Tours directeur Alberto Kunkel en zijn team breekt ook hier post-corona een nieuw tijdperk aan.

Ondertussen blijft het dezer dagen nog even windstil in het pokerspel tussen de Lufthansa Groep, de Belgische overheid en uiteraard ook de Oostenrijkse en Duitse partners voor een adequate steun of doorstart of sanering of afslanking van Brussels Airlines als essentieel onderdeel van een Belgische luchtvaartpolitiek waarbij uiteraard TUIfly met zijn actieve regionale aanwezigheid en ook Air Belgium een onmisbare schakel vormen voor de voornamelijk leisure-klant. Wat de toekomst van Brussels Airlines betreft – in welke kapitaalstructuur dan ook – blijft de rol van Brussels Airport onwaarschijnlijk belangrijk, rekening houdend dat bijna 1 op 2 vliegbewegingen van de homecarrier komen (40%). Gelukkig heeft de nationale luchthaven met een verhoogde cargo-operatie ‘belly cargo’ (1/3) en 2/3 full cargo de coronamaand april kunnen doorkomen tegenover een quasi lege passagiersluchthaven in dezelfde periode. Vorig jaar was april goed voor 2,5 miljoen pax, nu 35.000 pax. Nu met 2358 vluchten t.o.v.19.710 vluchten vorig jaar.

Wat de opening van de grenzen betreft – ten vroegste 15 juni e.k. voor verschillende landen – is de Europese commissie wel degelijk een en ander aan het voorbereiden om mits de sanitaire veiligheidsmaatregelen op luchthavens en aan boord van het vliegtuig een veilige vlucht te verzekeren. Het Europese departement ECDC (European Centre for Disease Prevention and Control) in Stockholm is weliswaar resoluut gekant tegen een soort ‘coronapaspoort’ voor de mobiele reiziger maar insisteert op herhaaldelijk testen voorafgaand aan de reis. Vandaar dat diverse Europese luchthavens – in navolging van bijvoorbeeld Dubai, Abu Dhabi en Singapore Changi – ook druk nieuwe corona test units willen optrekken voor vertrekkende en arriverende passagiers. De Europese voorzitter Manfred Weber van de EVP in het Europese Parlement vraagt naar een ‘uniform reiscertificaat’, Corendon heeft het over PCR corona-sneltesten (geen antistoffen test) bij vertrek, maar de ECDC in Stockholm komt eerstdaags wel bij de heropening van de grenzen met een gericht advies.

Ook de EASA (European Union Aviation Safety Agency) in Keulen – een agentschap dat helpt de EU wetten en regels voor een veilige luchtvaart te ontwikkelen – gaat einde mei/begin juni in opdracht van de EU testvluchten laten uitvoeren met drie verschillende types carriers (legacy, low-cost en holiday airlines) om de hele sanitaire veiligheidsketen voor de passagiers honderd procent in kaart te brengen om morgen ongehinderd te kunnen vliegen voor zowel de vakantieganger als de zakenreiziger.

Zonder permanent testen, thuis of op reis, loopt morgen niets meer want het virus gaat inderdaad nooit met vakantie.

Robrecht Willaert, hoofdredacteur

 


 

Vrijdag 8 mei 2020

Reisbubbels, pandemiepolitiek, braindrain, enz.

Een korte situatieschets te midden van de 8ste coronaweek: Brussel, (ook) nog altijd Europese hoofdstad, met zo’n goeie 20.000 hotelkamers had vorige week een tiental hotels operationeel d.w.z. 5% van het totale aanbod. Met een RevPAR (gemiddelde omzet per beschikbare kamer) van…Welgeteld 7,60 euro! Voor de maand april een daling van 91%, terwijl uiteraard voor alle hotels de vaste kosten (onderhoud, veiligheid, enz.) verderlopen. Zonder verlenging van minimaal de technische werkloosheid verdwijnt straks niet alleen in de hoofdstad, een volledige hospitality branche. Hotels kunnen uiteraard hier alleen opnieuw opstarten indien grenzen open gaan en daarbij voldoende kritische massa gasten boeken om minimaal de vaste kosten te overstijgen.

Anderzijds staan op dit ogenblik en wereldwijd, te midden van de coronacrisis, 16.000 straalvliegtuigen aan de grond, op de meest diverse luchthavens ter wereld, groot en klein. Zo staat uitgerekend op de Franse luchthaven Châteauroux – bij de Belgische duivenliefhebbers bekend als een bestemming demi-fond, de complete BA-vloot van 12 Airbussen 380 geparkeerd. Terwijl dezer dagen de onderhandelingen tussen de Belgische overheid, Lufthansa-groep en Brussels Airlines zich blijkbaar in een finale fase bevinden, dreigen ondertussen luchthaven gerelateerde bedrijven (zoals Swissport België) kopje onder te gaan. Wereldwijd spreekt IATA van een potentieel verlies van zo’n 25 miljoen jobs in alle luchtvaartgeledingen. (*1)

Ondertussen zitten traditionele toeristische topbestemmingen zoals Spanje, Griekenland en andere Middellandse Zee-bestemmingen, niet stil om samen met hun hotelpartners de wereld te overtuigen dat hun producten sanitair veilig zijn om gelimiteerd en gefaseerd nationaal en internationaal toerisme volgens een welbepaald gedefinieerd routeplan in verschillende fases opnieuw te verwelkomen. Begin volgende week zit Europa opnieuw samen om de eventuele geleidelijke opening van de grenzen te bestuderen naargelang van de sanitaire ontwikkeling in ieder van de 27 EU-landen. Belangrijk bij deze problematiek is hoe de verschillende evoluties in ieder land te harmoniseren: terwijl we met z’n allen de jongste jaren nauwelijks nog wisten waar iedere Schengengrens zich bevond, zullen we de komende maanden ook nog in het post-coronatijdperk – meer dan ooit, elk van ons, permanent geconfronteerd worden met onvermijdelijke grenscontroles en sanitaire lichaamstemperatuur – en bloedmetingen om ‘veilig’ een ander land binnen te gaan. Vandaar de opkomst de voorbije dagen van ‘geografische reisbubbels’ waarbij bepaalde buurlanden of regio’s zich aan elkaar ‘clusteren’ om een gematigd internationaal verkeer toe te laten. Zo starten de Baltische landen (Letland, Estland en Litouwen) een regionale reisbubbel, iets wat Noorwegen evenzeer overweegt met enkele van zijn Scandinavische buurlanden. Ook Oostenrijk heeft al een paar weken geleden de idee gelanceerd toerisme vanuit Duitsland en eventueel Kroatië gefaseerd toe te laten. Ondertussen staat Griekenland te popelen om toeristisch per 1 juli zijn grenzen te openen voor internationale bezoekers. Heet hangijzer bij dergelijke politiek is uiteraard het luchtvaartaspect waarbij op dit ogenblik wel permanent updated scenario’s voorliggen, maar in feite noch Europees noch bilateraal enige concrete routeplanning van welke airline dan ook vastligt.

Centrale vraag in deze nu al 8 weken durende mondiale coronacrisis is hoe straks bij het loslaten, en later opheffen van de diverse lockdown-vormen, bij alle toeristische productievormen van transportmodi, accommodatie, enz., de relatie vraag-aanbod gaat evolueren. Zo we er (terecht) van uitgaan dat een relance van het mondiaal toerisme 2 à 3 jaar nodig zal hebben zich enigszins positief te herstellen, dan hebben alle grote spelers van hotelketens over cruiserederijen en airlines tot toeristische concerns (touroperators, DMC, zakenreisgiganten, enz.) toe een reëel probleem met inachtname van immobilaire assets en personeel, een nieuw evenwicht te vinden tussen ‘downsizing’ en ‘rightsizing’. (*2)

Een zwakke vraag tout court op alle niveaus leidt tot een herdefiniëren van de personeelsinvulling bij alle grote (en kleine) actoren. Internationaal toerisme mag dan wel voor ambitieuze millennials een hoogst aantrekkelijke jobcontext creëren, maar de meest creatieve toplui bij tientallen concerns gaan straks hier afhaken en andere – meer jobveilige en financieel aantrekkelijker dienstensectoren opzoeken waar de digitale transformatie uiteraard centraal staat, maar in een mondiaal online gestuurde maatschappij zijn er meer dan ooit duizenden opportuniteiten om hun creativiteit daar beter uit te spelen.

Vandaar de permanente vraag van onze toeristische beroepsverenigingen om zowel nationaal als Europees de alarmbel te laten luiden. Ook al gaan straks begin juni vele winkels – en wellicht reiskantoren – fysiek weer open, moet je als wederverkoper wel een concreet spectrum van aanbiedingen aan de reislustige klant kunnen voorschotelen om – onafgezien van welke coronavoucher ook – een reële verkoop te kunnen realiseren.

En Europees heeft de hele reisindustrie – voor sommige EU-landen essentieel in hun economie met percentages van 7 tot 15%, intrinsiek onderdeel van hun globale bbp (bruto binnenlands product) , meer dan ooit dringend behoefte aan een ‘structureel noodfonds’ (*3) om de overgang van ‘zero vraag’ tot ‘provisoire openingen’ mogelijk te maken, rekening houdend met nieuwe opflakkeringen, enz. Ondertussen houden speculatieve waarnemers niet op ons voor een catch-22 te waarschuwen: een tweede of zelfs derde besmettingsgolf komt eraan (zolang er geen vaccins beschikbaar zijn tegenover een ondertussen verrassend resistent en alsmaar muterend virus), waarbij de vraag open blijft – wanneer en hoe? Met alle jojo-effecten van dien. Dit alles tegen een achtergrond waarbij de toerismespelers de Europese Commissie vragen even soepel te zijn t.o.v. de belangrijkste dienstensectoren met name het toerisme (met inbegrip van luchtvaart, logistiek, hospitality, horeca, entertainment en evenementen) als vandaag flexibiliteit toegepast wordt rond de Europese regels over staatssteun of begrotingsdiscipline.

Robrecht Willaert, hoofdredacteur

(*1) Volgens luchtvaartinsiders hebben 70% van alle airlines wereldwijd cash voor 3 maanden zonder te vliegen. 25% van de luchtvaartmaatschappijen hebben geen cash flow om 3 maanden zonder enige operatie te overleven.

(*2) Zeker bij de airlines zullen om tot een redelijke ‘recovery’ te komen drie factoren essentieel worden: financiële weerbaarheid, sanitaire résilience en commerciële criteria (waarbij straks naast verschillende typologieën van passagiers ook light cargo zijn plaats zal afdwingen in erg hybride modellen).

(*3) Hier is een absolute samenwerking gevraagd tussen verschillende Europese departementen met o.a. het ECDC (European Centre for Disease Prevention and Control) in Stockholm en ook met het GROW-model (o.a. instrumentaal voor diverse Europese hospitality richtlijnen) die tegen einde mei tot een uniform sanitair Europees ‘certificatieschema’ moet leiden voor de verschillende Europese lidstaten, waarbij Europese toerismespelers geacht worden dit in hun dagelijkse sanitaire operaties te verwerken.

 


 

Vrijdag 1 mei 2020

Impactanalyse, webinars, reddingspakketten, enz.

Lege luchthavens, zombie terminals, een San Marcoplein in Venetië (zonder toeristen en ook geen duiven), leveren af en toe hallucinante beelden op die dagelijks  – waar ook ter wereld – Instagram-matig kunnen ingewisseld worden met duizenden andere snapshots die zowel visueel desolate als het economisch uitgestorven straatbeeld illustreren van een globale samenleving in vijftig vormen van (totale) lockdown.

Ondertussen gaan we met z’n allen de maand mei in met enkele sectoren die volgens (duizenden) criteria en kronkels de ene wat vroeger dan de andere hun ‘cleane’ deuren al dan niet mogen of moeten open doen. Zoals vorige week hier al aangehaald, zitten de luchtvaart, het reisgebeuren, de hotel- toerisme en evenementensector hoe dan ook (wellicht nog later dan de horeca) op de allerlaatste wagon van het hobbelende opgang komende treinstelletje wat vandaag economische relance heet. Daarom ook dat een ferm applaus meer dan ooit aan de orde is voor de gezamenlijke inspanningen van onze diverse belangen- en beroepsverenigingen (ABTO, BTO, VVR, UPAV, VLARA, FBAA) om in deze onzekere tussenperiode  – tussen sluiting en eventuele opening van grenzen én reiskantoren – om met de bevoegde ministeriële instanties  – en hun verschillende taskforce groepen – modellen uit te werken voor een brede, structurele ondersteuning van de gezamenlijke sector.

Een zeer onderbouwde impactanalyse is dezer dagen door de sector opgesteld enerzijds met concrete cijfers over het bruto (en netto) impactverhaal voor de georganiseerde reisindustrie met inbegrip van de gederfde marges, coronavouchers, enz., en dit alles voor de periode tussen begin maart en eind juni. Daarbij komt er een realistische inschatting over wat al dan niet recupereerbaar  is (of zal zijn) voor de actoren zelf. Daarop komt ook de inschatting van de impact van het zakenreisgebeuren (ook al goed voor zo’n 1 miljard euro bruto). Alles te samen 2,4 miljard bruto leisure en 1 miljard business travel, komt dit bruto gemeten op zo’n 3,5 miljard voor bovengenoemde periode. Niet te vergeten is dat indien dit scenario zich aanhoudt tot eind september we dan makkelijk naar een ‘verdubbeling’ van deze cijfers gaan. Deze data die de retail, de productie en de klantgegevens combineren, vervat in de fameuze impactanalyse, worden nu met de betrokken ministeriële werkgroepen besproken om uiteindelijk en op korte termijn tot een structureel ‘noodfonds’ te komen die de hele, zwaar getroffen sector niet alleen moet overeind houden maar ook perspectief bieden om het nieuwe post-corona tijdperk positief en dynamisch binnen te stappen.

Ondertussen zitten de verschillende actoren in het brede pallet van de reisindustrie niet stil, niet alleen om voortdurend bijgestuurde of updated forecasts te ontwikkelen – die enkele dagen later al vaak weer achterhaald zijn – maar evenzeer de usp’s van hun eigen bedrijf, product of bestemming extra in de verf te zetten.

Het aantal webinars van tientallen toeristische hotelgroepen zijn niet meer te tellen, corona-studio met wereldwijde presentaties (à la Connections) zijn voor vele professionals een ware verademing, en ook diverse toeristische diensten en regio’s gaan de al dan niet videopresentaties met vertegenwoordigers van ter plekke met onze agenten sterk gaan opdrijven. Dit alles tegen een achtergrond van enkele extra-moeilijke weken voor de luchtvaart. British Airways gaat zo’n 12.000 banen schrappen van de 50.000, SAS doet het straks met 5000 werknemers minder, Icelandair gaat -2000, Norwegian en Air Baltic zullen de komende twaalf maanden zelfs geen vluchten meer uitvoeren. Staatscarriers à la Finnair (dagelijks 2 miljoen euro verlies) krijgen overheidssteun zoals tientallen andere. En ondertussen blijft dezer dagen het pokerspel duren tussen Lufthansa, de Duitse regering en moet de Belgische overheid hiertussen schipperen om én Brussels Airlines mee overeind te houden  – uiteraard met een latere opstart dan een maand geleden aangekondigd (ten vroegste 1 juni), met een downsizing van vloot, routes en personeel , de SN ceo had het deze week in zijn wekelijkse videopresentatie over een voornamelijk Europese opstart van zo’n 10%. Én de noodzaak ook om Brussels Airport en zijn gerelateerde diensten en werknemers (logistiek, afhandelaars, …) de hubfunctie te blijven laten spelen om tienduizenden jobs veilig te stellen. De strategische ligging van BRU  – ook voor een alsmaar belangrijker vrachthub i.v.m. medicatie en farmaceutica – speelt in het voordeel én van Brussels Airport maar ook van een internationaal gereputeerde SN, die ook daar een top-kwaliteitscarrier is inzake dit hoog gespecialiseerd vervoer.

Verder maken tientallen directeurs vandaag van het ‘lockdown-huiszitten’ van hun personeel videomatig gebruik om bijna wekelijks hun ‘troepen’ de nodige ‘mentale zuurstof’ te bezorgen om al over de nevelen van vandaag naar het post-corona tijdperk te kijken. Van TUI’s topman Friedrich Joussen die deze week voor ruim 3000 ingelogde werknemers wereldwijd een boodschap van hoop en positivisme meegaf (geen downsizing maar rightsizing van alle onderdelen van het concern) tot onze lokale reisbureauketens à la Selectair, Copine Voyages, Avitour, een Omnia Travel of een Uniglobe, en vele anderen die elk op hun manier hun eigen personeel – bij de top in de dienstensector, zeker vandaag in dit moeilijke ‘annulatie- en omboekings’-tijdperk, moed en vertrouwen inspreken om morgen de klant te overtuigen dat de beste en meest veilige manier om te reizen en de wereld te blijven ontdekken méér dan ooit uitsluitend via de ‘wederverkoper’ en de georganiseerde reisindustrie loopt.

Robrecht Willaert, hoofdredacteur

 


 

Vrijdag 24 april 2020

Noodfonds, nieuwe normaal, kapitaalinjectie, enz.

De sportliefhebbers onder  u – en zeker de wielerfanaten – kennen het principe, de techniek die monsterlijk mooi in beeld gebracht werd in de VRT-serie  ‘De Ronde’, gedraaid op 4 april 2010, maar die van alle tijden is. Elke sportdirecteur roept in de laatste kilometers voor de legendarische Muur van Geraardsbergen zijn kopmannen via hun oortjes op om zich vooraan in het peloton te nestelen. Want daar gebeurt het! Enerzijds om in beeld te komen en te laten zien hoe sterk je (nog) bent, anderzijds om niet te verzuipen in de massa achteraan, tussen de knechten en mindere goden die amper in beeld zullen komen, enkel wanneer ze de kasseien kussen of verplicht moeten afstappen wanneer de meute stilvalt. De Muur is niet onbelangrijk in het verloop van de koers, sterker nog, breekt ze dikwijls open. Wat toen de Muur was, is nu de persconferentie (vandaag vrijdag) over de exitstrategie van de coronacrisis. De ene specialist is nog meer expert dan de andere deskundige, ze nestelen zich vooraan, dikwijls met ellebogenwerk, laten ballonnetjes op, dagen uit, kijken rechtstaand vooruit, loensen onder de arm achter zich en zoeken even de aandacht. Het is misschien niet eerbiedig om deze mondiale crisis te vergelijken met Vlaanderens Mooiste, maar deze klassieker wordt tenslotte ook in april gereden. Om maar te zeggen: aan beeldspraak ontbreekt het ons niet in deze onwezenlijke coronatijden waar ‘optimism is a moral duty’ niet iedere dag evident is.

Terwijl experts stilaan groen licht geven voor een algemene heropstart in mei, is het nog even wachten op een sectorale benadering van onze reis- en evenementensector. Iedereen weet ondertussen dat wij in de laatste wagons van de hersteltrein zitten gezien ook het  internationale en wereldwijd kader van de noodzakelijke grenzen open te krijgen om opnieuw de wereld te ontdekken. Terwijl veel sectoren ‘push-’ en ‘boost-’ knoppen hanteren op allerlei sociale media om hun al dan niet terechte verzuchtingen openbaar te verkopen, zijn onze diverse beroepsverenigingen onverdroten achter de schermen bezig de ernst van de situatie in kaart te brengen bij de diverse overheidsinstanties. Op vrijdag 13 maart zaten onze vertegenwoordigers al op het kabinet Muylle om concrete voorstellen uit te werken. Dit was de dag waarop de horeca moest sluiten en nog voor het land in lockdown ging. Eén week later was er al voor de sector het belangrijke Ministerieel Besluit met de ‘tegoedbon’ een feit!

Cijfermatig is het toch wel even nuttig de economisch-financiële impact op onze sector te duiden. (Overigens is het enorm te betreuren dat de elektronische media in ons land ook op ‘prime time’ nog altijd geen enkel discussieplatform, of een serie debatten, hebben opgezet om de kijker én de burger beter te informeren over de economische impact, gevolgen en opportuniteiten van, en na de coronacrisis). Zoals stilaan bekend is het verlies aan omzet voor de toeristische industrie sinds eind februari, en gerekend tot en met juni e.k., méér dan 2 miljard euro – in bruto marge gaat het over meer dan 307 miljoen euro! Bovendien, en dit blijkt uit een snelle enquête onder de leden van de beroepsverenigingen, betaalde de sector reeds om en bij de 460 miljoen euro aan talloze leveranciers (luchtvaartmaatschappijen, hotels, dmc’s, enz.), een bedrag dat de industrie vandaag niet kan recupereren.  De druk op onze sector blijft immens groot. Ja, de tijdelijke werkloosheid is verzekerd tot eind juni maar de komende weken moet er dringend duidelijkheid komen om dit minstens tot eind 2020 te verlengen gezien het precaire eventueel openen van buiten- en binnenlandse grenzen. Want de kosten om klanten te assisteren met omboekingen, annulaties tot en met repatriëringen blijven lopen. Daarom ook moet meer dan ooit de ‘tegoedbon’ over de zomer getild worden en vragen onze vertegenwoordigers aan de overheid het pakket steunmaatregelen te laten overlopen tot eind 2021. Als sluitstuk ligt bij de diverse competente overheidsinstanties een concreet voorstel voor een ‘nood/rampenfonds’ voor onze industrie op tafel.

Ondertussen lopen de gesprekken ook over steunmaatregelen voor onze luchtvaartsector onverdroten verder en dan komen Brussels Airlines maar ook TUIfly, Air Belgium en de diverse airport afhandelaars in het vizier. Volgende week verwachten insiders nieuws op het front van Brussels Airlines nu ook Austrian met de Oostenrijkse overheid afspraken gemaakt heeft, net als vorige week Swiss met Zwitserland. De LH-filialen herdefiniëren zich – gezien de marktomstandigheden – wat ook het geval zal zijn met onze nationale carrier. De voorbije weken was er een duidelijke consensus over de waardebonnen uitgedokterd door een pro-actief SN-team rond Senior Director Sales LH Group Frederic Dechamps en onze verenigingen, met andere woorden een duidelijke aparte démarche van Brussels Airlines in de LH-groep naar de Belgische markt toe. Maar nu de cash stilaan in mei verdampt (SN verliest 1 miljoen euro per dag luidens insiders) gaat er hoe dan ook een downsizing van de airline moeten komen, bijvoorbeeld via een financiële participatie/lening/overbruggingskrediet, gekoppeld aan een sanering die sectoraal wel eenzelfde ‘level playing field’ context moet creëren voor alle actoren in de vaderlandse luchtvaart.  Feit is dat we straks in de luchtvaart  – waar dan ook – naar een overcapaciteit aan aanbod gaan, met als gevolg dat de vraag gaat krimpen en de kosten automatisch gaan stijgen omwille van het ‘nieuwe normaal’, met name extra sanitaire- en andere voorwaardenregels die door iedereen (carrier, luchthaven én passagiers) moeten gedragen worden. Dat gaat hoe dan ook leiden tot een mindere bezettingsgraad, lagere yield en een andere kostenstructuur.  (Dat is alvast buiten de rebelse CEO Michael O’Leary van Ryanair gerekend, want hij vindt ‘social distancing’ met lege middenstoelen een‘idioot idee’. In een interview met de Financial Times zegt O’Leary dat hij dit duidelijk aan de Ierse regering heeft laten weten. “Als er een regel komt dat de middenstoelen vrij moeten blijven, dan moet de overheid voor die stoelen betalen, anders gaan we niet vliegen”, aldus O’Leary).

Allemaal ingrediënten die airline-vrijbuiters als muziek in de oren klinken om vrijgekomen slots, routes, bestemmingen en omvergevallen carriers als een nieuw ‘eldorado’in te palmen, al dan niet onder de paraplu van sterke, internationaal financiële groepen, die overigens niet stilzetten. Zo zouden bijvoorbeeld twee private equity-fondsen  – Apollo Global Management en Silver Lake Partners – 1 miljard dollar (0.9 miljard euro) gaan investeren in de online-reus Expedia. Grootste aandeelhouder is ondertussen nog altijd de jarenlange chairman en media-mogul Barry Diller met 28% stemrecht. Ook Airbnb heeft zich deze maand via twee financieringsronden extra speelruimte gecreëerd met 2 miljard dollar via Silver Lake en Sixth Street Partners, met telkens 1 miljard dollar. Verder heeft Airbnb nog extra krediet bekomen in miljardengrootte maar dan wel met meer dan 10% rente. Ook Booking Holdings – het moederbedrijf van o.a. Booking.com, Agoda, Priceline, Momondo, Cheapflights en Open Table verzekerde zich via diverse leningen 4 miljard dollar extra. Het Amerikaanse bedrijf met Amsterdam als hoofdkantoor kwam deze week wel in opspraak omwille van zijn openlijke vraag voor financiële staatssteun uit Den Haag, terwijl het eerder in Nederland jarenlang profiteerde van gunstige ‘financiëel-fiscale’ sluipwegen.

Nu Booking.com door het volledig inzakken van de markt in de problemen is gekomen, lijken de belastingstrucs zich nu tegen het bedrijf te keren. Voornamelijk de Koninklijke Horeca Nederland (KHN) noemt de aanvraag voor steun ‘… een hard gelag voor de duizenden kmo-ondernemers in de horeca die buiten dergelijke steunmaatregelen vallen…’ Eenzelfde verhaal bij ons: de cashpositie van onze kmo-reisbureau’s, nichespelers en gerelateerde bedrijven is meer dan ooit precair en daarom is een sectoraal noodfonds meer dan ooit nodig!

Maar ook privé-investeerders manifesteren zich ondertussen meer en meer op de belangrijkste Europese toeristische markten. Twee Egyptische toeristische investeerders – door sommigen ook al moderne Farao’s genoemd – kopen zich massief in bij de top van de Duitse T.O.-markt. Naguib Sawiris met zijn Orascom Development Holding (nu al voor 74,9% eigenaar van het RTK moederconcern en sinds 2016 eigenaar van de toeristische tv-zender Sonnenklar en met hoofdzetel in Zwitserland), wordt voor 75,1% eigenaar van Duitslands derde grootste reisgroep FTI, waar hij in 2014 zich reeds voor 33,66% had ingekocht. Met een omzet van 4,2 miljard euro en 12.000 werknemers is het in München gevestigde FTI de derde T.O. van Europa, na TUI en DER Touristik. Ondertussen heeft de groep een corona-financieringspakket gerealiseerd, een soort overbruggingskrediet met als deelnemers de landelijke overheid, de deelstaat Beieren en de aandeelhouders zelf. Sinds 2017 is FTI ook in Nederland actief met een compleet programma en bedroeg de omzet – volgens de top 50 van de Nederlandse collega’s van TravMagazine – in 2019 zo’n 70 miljoen euro met 101.000 pax.

Ook de tweede Egyptische entrepreneur, Hamed El Chiaty, is met zijn Travco Groep de grootste incoming en hotel- en Nijlcruises uitbater in Egypte, nu opnieuw in het kapitaal van TUI gestapt, in maart ll. eerst met 3,4% wat hij deze maand in april meteen bijna verdubbelde tot 5,1%.

Eén conclusie dringt zich in deze onwezenlijke corona-tijden op: consolideren met herschikken van grootte, aanbod en specialisatie, zal ongetwijfeld de eerstkomende maanden meer dan ooit aan de orde zijn, maar toch mogen we de hoop niet laten varen dat onze overheid blijvend aandacht zal hebben voor de KMO-ruggengraat van onze reis- en evenementensector.

P.S. Deze week kwamen, zoals op onze website al eerder gemeld; SAA, een deel van Norwegian, Air Mauritius alsook Virgin Australia, CityJet (voor 75% eigenaar van Air Antwerp) en het Schotse Loganair onder juridische bescherming omwille van hun extreme financiële problemen.

Robrecht Willaert, hoofdredacteur

 


 

Vrijdag 17 april 2020

Cruciale week, heropening, staatssteun…

De jongste maand heeft ons allen – en zeker in de reiskantoren die hoofzakelijk tot annulatiekantoren werden gedegradeerd- één zaak heel duidelijk gemaakt: de absolute onzekerheid op alle niveaus is in deze periode de enige zekerheid. Vele zelfverklaarde tafelspringers op allerlei podia roepen de voorbije weken op om positief te blijven denken via duizend-en-een scenario’s of grafieken waarvan de haalbaarheid al quasi voorbijgestreefd is vooraleer een (naïeve) lezer de boodschap al zou gelezen, laat staan begrepen hebben. Ondertussen maken steeds meer Europese landen zich op voor een versoepeling van de quarantainemaatregelen terwijl deze week nog, de Europese Commissie uitpakte met een wegenkaart voor de 27 lidstaten om enige harmonie in de exitstrategie te brengen. Terwijl het vandaag meer dan ooit duidelijk is voor alle overheden en actoren op de verschillende beleidsniveaus dat gezondheid (en zorg) én een dynamische economie complementair zijn, en geen vijand van elkaar.

Ondertussen hebben ook de toeristische belangengroepen proactief de overheid gevraagd – onafgezien van de opening van de lockdown – de technische werkloosheid in onze toeristische- en evenementensector tot eind 2021 te handhaven. Eindelijk begint het bij de diverse werkgroepen i.v.m. de exitstrategie te dagen dat toerisme in zijn diverse geledingen een van de meest arbeidsintensieve dienstensectoren is in ons land.

Vakantie in eigen land? Beperkte reismogelijkheden – al dan niet gefaseerd in tijd en ruimte (worden de Spaanse eilanden ook voor niet-Spanjaarden deze zomer/herfst nog bereikbaar?), zijn allemaal variaties op één thema: hoe gaan de buurlanden met de exit om? Naar welke landen wil de consument, en hoe gaat hij zich verplaatsen? Zijn er voldoende vluchten beschikbaar? Enz. Ondertussen hebben weinigen zicht hoe desastreus de verliezen bij de bedrijven gaan worden. Naast de vele kleine en middelgrote firma’s in de toerisme gerelateerde sectoren, springt uiteraard de luchtvaart sterk in het oog.

Voor vele waarnemers wordt het bijvoorbeeld volgende week cruciaal te weten hoe Brussels Airlines zich van overheidssteun kan verzekeren, aangezien bij een ‘verkleinde’ carrier ook afvloeiingen moeten gebeuren die overheids-technisch moeten gemeld worden in het kader van de Wet-Renault. Volgens direct betrokkenen zou het ideaal (?) zijn mocht LH als moedermaatschappij een lening krijgen van de Duitse overheid om de liquiditeitsproblemen te lenigen, en daarnaast ook een deel hiervan in de Belgische dochter Brussels Airlines te stoppen zodat de Belgische overheid (via de FIPM, de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij) op zijn beurt ook met een monsterlening de cashflow gezond overeind kan houden.

Met minder routes en minder vliegtuigen zal er ook minder personeel nodig zijn om een ‘Brussels Airlines Light’ of een ‘Brussels 2.0’ overeind te houden. Wat voor sommigen nu al vast staat, is dat in het nieuwe schema nagenoeg alle nightstops (met vroege verbindingen uit bijvoorbeeld Göteborg, Oslo, Edinburgh, enz.) gaan verdwijnen, dat tijdelijke contractuele akkoorden worden stopgezet en dat een ruime mate aan afvloeiingen niet te vermijden is. Uiteraard zetten de bonden zich schrap voor banenverlies, wat helaas onvermijdelijk lijkt, ook al wil Lufthansa zelf de schade beperken via deeltijdse jobs.

Ondertussen zitten nagenoeg alle airlines in dezelfde schuit waarbij imminente liquiditeitsproblemen zich de eerstkomende weken zeer scherp gaan melden. Wie echter een uitstekend cargo-filiaal heeft, kan zich creatief enigszins recht houden. Zo is KLM i.s.m. Philips een Chinese luchtbrug gaan opstarten naar Beijing en Shanghai voor medisch-gerelateerde voorraden. Finnair dan weer heeft een deel van zijn Airbus 350-vloot tot cargo’s omgebouwd om voor Finland en zijn Baltische buurlanden een vergelijkbare China/Japan-luchtbrug te installeren. Zo zou je stilaan de vraag kunnen gaan stellen, nu de cargo ook morgen een duidelijke factor wordt in het luchtvervoer (met uitstekende marges), of we in de nabije toekomst passage-gewijs minder pax aan boord te zien zullen krijgen (social distancing regel), naar opnieuw combi-toestellen waar de meeropbrengst van de vracht het gemis aan (vaak goedkope) passagiers zal moeten compenseren. Zoals voor zeer vele bedrijven – groot en klein – de post-corona tijden grondig gaan verschillen in omvang, aanpak en businessmodel zelf, zal onze luchtvaart, logistiek, transport- en toerisme in al zijn facetten hoe dan ook nooit meer een BC (vroeger Before Christ, nu Before Corona) label dragen!

Robrecht Willaert, hoofdredacteur


 

Vrijdag 10 april 2020

Post-corona, expertengroep, enz.

“Lufthansa, Europa’s grootste luchtvaartgroep, verliest tegenwoordig ieder uur, dag na dag, week na week, 1 miljoen euro. (* zie onderaan). Van de dagelijkse 350.000 passagiers blijven er in deze paasweken nog hooguit 3000 per dag over”, aldus LH ceo Carsten Spohr, op woensdag 8 april ll. in een videoboodschap aan zijn personeel.

Zoals de moedermaatschappij van Brussels Airlines haar vloot versneld inkrimpt – 40 van de 760 toestellen gaan eruit en het kleine prijsvechtersfiliaal Germanwings verdwijnt meteen, terwijl ook bij Eurowings de vloot verder wordt afgebouwd – moet Brussels Airlines haar herstructureringsprogramma meer dan ooit implementeren. De 47-jarige ceo Dieter Vranckx (sedert pakweg 100 dagen de opvolger van Christina Foerster) meldde dinsdag ll. om 11 uur in zijn wekelijkse video call met de 4200 ingelogde personeelsleden dat het vorig jaar opgestarte ‘rebootplan’ versneld moet worden uitgevoerd met straks, na de coronacrisis, minder toestellen, minder routes en uiteraard ook met minder personeel. Om tegen 2022 structureel winstgevend te zijn, gaan de meeste waarnemers – en ook het management – ervan uit dat 20 à 22% gesnoeid zal moeten worden – en dit op alle niveaus. Gewoon ook omdat iedereen ervan uitgaat dat het eerste half jaar de vraag naar luchtverkeer, zowel van de zakenreiswereld als van de vakantieganger, zich maar heel langzaam zal herstellen.

Ondertussen lopen ook bij alle airlines – zoals dit het geval is bij cruiseschepen, hotels, touroperators en wederverkopers op diverse niveaus – de vaste kosten verder, terwijl hiertegenover nauwelijks inkomsten staan. Dat bij de ene luchtvaartmaatschappij de kassa iets vroeger leeg zal zijn dan bij een andere, is nogal duidelijk. Maar de grote spelers duiden met z’n allen aan dat, zoals de situatie nu is, er zonder extra steun – bij de meesten eind mei/juni – de cash verdampt is.

Sommige commentatoren doen dezer dagen in onze vaderlandse pers nogal lichtzinnig over de relatief kleine toegevoegde waarde van het toerisme in de realisatie van het bruto binnenlands product (bbp) in tegenstelling met de farmaceutische-, chemie- en voedingsindustrie. De toeristische sector in België (binnenlands toerisme) is inderdaad maar 5,3% t.o.v. een 14,6% in Spanje, 13,2% in Italië of 9,5% in Frankrijk. Maar wanneer vorige week de toeristische beroepsverenigingen in hun schatting over het verlies van onze, voornamelijk outgoing sector, op een bedrag van 2 miljard euro uitkwamen voor een periode tot eind april (zonder mei en juni daar bij te rekenen) dan kun je je toch wel de vraag stellen of de hele toeristische industrie, met inbegrip van de evenementensector en gerelateerde diensten en personeel, niet een van de meest arbeidsintensieve servicesectoren van het land is?

Bij deze inschatting hoort uiteraard ook de hele luchtvaartindustrie en bij uitbreiding de logistiek- en transportsector bij. Luchtvaart mag bij ons dan een relatief kleine sector zijn, maar het geheel aan gerelateerde jobs op de nationale luchthaven en de regionale inbegrepen, komt al snel op 50 à 60.000 jobs uit.

Daarom is het jammer dat in dit perspectief van post-corona geen enkele vertegenwoordiger van de luchtvaart- of transportsector mee aan tafel zit bij de wetenschappers en andere leden in de zogenaamde ‘expertengroep’ voor de ontwikkeling en sturing voor de exit uit de lockdown.

Als signaalfunctie zou bijvoorbeeld Arnaud Feist, topman van Brussels Airport, een uitstekende keuze geweest zijn om de problematiek én het belang van de hele luchtvaartindustrie, zowel passage als cargo, met de logistiek en het transport gerelateerd aan de luchthavens, mee aan te schuiven aan deze expertentafel.

Meer dan ooit is het vandaag nodig om op verschillende beleidsniveaus vol in te zetten voor het gezamenlijk belang van zowel de kmo-gerelateerde toeristische jobs als de diverse airline noden. Het is dan ook hoopvol te constateren dat de verschillende Belgische carriers met Brussels Airport recent zijn gaan aankloppen bij de Economic Risk Management Group (ERMG), verantwoordelijk voor de macro-economische impact van het coronavirus in ons land. Want meer dan ooit is zeker in onze versnipperde beleidsstructuren ‘gezamenlijk en solidair’ optreden van de verschillende actoren op socio-economisch vlak de absolute prioriteit! Dat geldt zowel voor de diverse actoren op het louter toeristische niveau als voor de getroffen luchtvaartspelers. Vandaag is – of was – Brussels Airlines op Brussels Airport weliswaar goed voor meer dan 40% van alle vluchtbewegingen, maar wie zegt dat bijvoorbeeld Europa’s prijsvechter nummer 1 Ryanair – met zijn gigantische cashreserves – al niet klaar staat om meer dan ooit straks vol in te zetten op de Belgisch-Europese hoofdstad?

(*) Delta Air Lines in de VSA verliest 55,5 miljoen euro per dag. En dat terwijl de grootste aandeelhouder Berkshire Hathaway van de iconische investeerder Warren Buffett bekend maakte om zijn aandeel bij DL met 18% te reduceren.

Robrecht Willaert, hoofdredacteur


 

Vrijdag 3 april

Refunds, Vouchers, Noodfonds… Kunnen we nog hopen?

Zoals de coronaproblematiek iedere dag opnieuw – waar ook ter wereld – nieuwe en vaak onverwachte ontwikkelingen laat optekenen, loopt het met de reisindustrie dezer dagen vaak in een gelijkaardige vorm: noodmaatregelen ten allen kante, her en der wat financiële tegemoetkomingen, maar het belangrijkste vaccin voor de reisindustrie in ons land – met een shutdown tot eind april – resulterend in minstens 2 miljard euro verlies – is het urgent opzetten van een ‘structureel noodfonds’ voor de reissector als dusdanig gevormd door duizenden kmo’s en kleine zelfstandigen, gaande van reisbureaus, touroperators, transportbranche, vrijetijdsuitbaters, de evenementen sector, gastvrijheidsindustrie, enz. Met onvermijdelijke faillissementen, nieuwe consolideringen en een grondige herstructurering van de hele ‘reisketen’ wereldwijd, kleurt de horizon deze week bijzonder grimmig.

En toch zijn vele bedrijven ondertussen al bezig met een post-corona tijdperk. Eerst schrapte autoverhuuraanbieder Sunny Cars alle boekingen tot eind april, en enkele dagen later tot en met 10 mei, Corendon deed het al eerder tot begin juni en TUI BeNe annuleerde nu ook deze week alle reizen tot en met vertrekdatum 10 mei (www.tui.be/nl/coronavirus) maar ondertussen is het winteraanbod van de TUI fly-vluchten winter 2020-2021 al boekbaar en in Duitsland is het zomerseizoen 2021 nu al geopend. Ondertussen blijft het ‘open brieven’ regenen van diverse top acteurs  in onze reisindustrie. Stichter-President Nicolas Brumelot van Misterfly was op 19 maart in zijn open brief naar IATA-voorzitter Alexandre de Juniac zeer duidelijk: “…IATA leeft niet meer op deze planeet, u leidt ons allen naar het schavot, IATA is een atypisch dier in de toerismesector, u geniet als lobby van 293 airlines van alle voordelen van een voorbijgestreefd monopolie… enz.” Vervolgens kwam Jean-Pierre Mas, in Frankrijk voorzitter van het machtige Les Entreprises du voyage, in gelijkaardige bewoordingen aan de bel trekken van IATA, om samen met alle partners het reglement ‘IATA 261/2004’ te betwisten en meteen vóór 31 maart alle IATA-betalingen stopt te zetten voor niet-gevlogen tickets. Gisteren (donderdag 2 april) lanceerde het gezaghebbende Nederlandse ANVR een appel naar de overheid één lijn te trekken als het gaat om garantstelling in de reissector. “…Indien de Europese overheid overweegt om garant te staan voor de uitgifte van vouchers voor luchtvaarttickets, dan kan ze ook garant staan voor de zogenaamde corona-vouchers voor de pakketreizen…” Deze zijn nu in ons land onder dekking van én het Garantiefonds en de VVR Amlin-verzekering, door de reisondernemingen uitgegeven bij het annuleren van de reis.

Terwijl onze beroepsverenigingen de jongste weken dag en nacht met de overheid overleggen om inderdaad naar een structureel noodfonds voor de reissector te evolueren, zit de Europese ECTAA (o.l.v. secretaris-generaal Eric Drésin, opvolger van Michel de Blust), evenmin stil. Hij pleit naar de Europese overheid toe dat de Europese Commissie een Europees fonds opstart i.v.m. onder andere de hele kromme BSP/IATA-problematiek. “… IATA pleit voor een tijdelijke opheffing van het Europese reglement om refunds cash terug te betalen, maar zonder een voorstel van een Europees noodfonds gaat dit tot een tsunami leiden die tientallen, zo niet honderden bedrijven in het toerisme dodelijk gaat treffen, en het ergste moet nog komen met de talloze ota’s (online travel agency)…”, aldus Eric Drésin.

De reisindustrie is de jongste decennia – ondanks diverse calamiteiten – altijd erg flexibel geweest in attitude én overleven. Maar morgen krijgen we met z’n allen ongetwijfeld af te rekenen met een consument die een ander boekingsgedrag gaat vertonen. En wat met de verzekeringswereld ‘kosteloos annuleren, calamiteitenverzekering, enz.?’ Ook de topman van Europa’s toeristische nummer 1, Fritz Joussen van de TUI Group, stelde in een persoonlijk met de hand geschreven open brief dat “… TUI dankbaar is t.o.v. alle overheden voor de steun en via de lening van 1,8 miljard euro van de Duitse bankwereld, en dat TUI ervoor gaat om morgen even succesvol als Europa’s nummer 1 te overleven na de crisis…”

Niet alleen IATA en zijn airlines-leden doen lastig i.v.m.de bij annulering gedane betalingen niet terug te storten. Ook Booking.com kwam deze week in het nieuws bijna geen omboekingen of vouchers te accepteren en eiste dat de hotels zelf de terugbetalingen per direct aan de klant zouden starten. Hierdoor komen – vaak kleine ondernemingen- in de sector in grote financiële problemen. Ondertussen hebben ook hier al verschillende nationale hotelverenigingen zwaar geprotesteerd tegen deze ‘Booking.com-praktijken’ (dixit het Nederlandse Financieel Dagblad van 2 april ll “… M.a.w. Booking.com werkt alleen nog met de klant en niet meer met de hotels…”)

Last but not least: dankzij een prominent Belgisch lid van de USA Travel Association kregen we inzage in het schrijven van 20 maart ll. aan alle US parlementsleden over de toekomst van de Amerikaanse ‘Travel & Tourism’-industrie. Zo’n 9 miljoen Amerikanen werken direct in deze economische sector, goed voor 15,8 miljoen jobs, waarvan 83% kleine ondernemingen zijn. De vereniging vraagt dringend een noodfonds zo niet gaan zo’n 4,6 miljoen Amerikanen (pakweg 50% van de Amerikaanse reissector en op 100.000 na evenveel als de hele Belgische actieve beroepsbevolking) hun job verliezen tegen eind april, met zo’n 6,3% werkloosheid tot gevolg!

Robrecht Willaert

Hoofdredacteur Travel Magazine


 

Vrijdag 27 maart

Jojo, voucher, IATA, EasyPay, etc…

Het blijft dezer dagen in volle corona-crisis “onbegrijpelijk” dat een privéonderneming à la Test Aankoop, al jaren door vele consumenten “gepercipieerd” als een soort overheidsinstantie/ministerie met alle gevolgen vandien, blijft tekeer gaan tegen de evenwichtige, goed uitgewerkte toeristische corona-voucher tussen het federale kabinet Economie en Werk van minister Muylle samen met de dynamische, eensgezinde beroepsverenigingen ABTO, VVR, UPAV, BTO en FBAA.

Ook op vrijdagmorgen (27/3) was het opnieuw prijs op Radio VRT 2 waarbij duidelijk gesteld werd dat gezien het rechtsgeldige karakter van het Ministerieel Besluit van vorige vrijdag de consument niet “de keuze” maar “de plicht” heeft de voucher aan te nemen.

Terwijl de collega’s van Travel360 begin deze week mooi uit de doeken deden hoe de Belgische eurocommissaris Reynders zich oren heeft laten aannaaien door Test Aankoop om dit besluit in vraag te stellen – terwijl de naburige landen op min of meer gelijke manier voor het heil van de reisagenten gaan opereren met vergelijkbare vouchers – schakelt Test Aankoop vandaag nog een versnelling hoger door een open brief naar de eerste minister te posten waarbij ze de intrekking van het Besluit vragen. Ook al mag Europa hier “de jure” gelijk hebben, is het Belgische besluit rechtsgeldig “nu”, zoals Kamervoorzitter Patrick Dewael vorige week al opmerkte “nood breekt wetten”.

Je kunt je hier de vraag bij stellen of de vzw Test Aankoop blijkbaar op een slinkse manier aan een nieuwe “zieltjespolitiek” doet om almaar nieuwe betalende leden te werven.

Gelukkig voor onze sector – die ook vandaag nog vaak zwaar onderbelicht wordt in de media (“er wordt terecht veel geschreven over gestrande of te repatriëren klanten, maar het immense werk van de reisagenten, to’s, airlines, etc… m.a.w.  het 24 uren werk van vele kleine zelfstandigen komt helaas nog veel te weinig onder de aandacht”) blijven de gezamenlijke inspanningen van de diverse beroepsverenigingen essentieel om in een volgende fase mee een onderdeel te vormen van de noodzakelijke financiële “bazooka” vanuit de overheid om vandaag te kunnen overleven en morgen paraat te staan voor de klant die na de crisis opnieuw wil gaan reizen en de wereld ontdekken.

Ondertussen blijven nagenoeg alle beurzen wereldwijd jojo spelen waarbij de grote airlines – soms van strategisch belang voor het land en de economie – wel eens opnieuw genationaliseerd zouden kunnen worden.

Anderzijds zitten mega-fortuinen in deze jojo-beweging niet stil om op kousenvoeten zich strategisch in te kopen bij diverse toeristische groepen. Dat de Duitse miljardair Heinz Hermann Thiele (78 jaar) – bekend als de zesde meest vermogende familie in Duitsland – zich voor 10% heeft ingekocht (hij had vroeger al 5,29%) bij Lufthansa is quasi ongemerkt voorbijgegaan. In november stond het LH-aandeel 17.80 euro, vorige week 8.26 euro. Ook de Egyptische mogul Hamed El Chiaty – eigenaar van o.a. de grootste Egyptische toeristische groep Travco, en vroeger al eens voor korte tijd aandeelhouder van TUI AG, heeft zich nu opnieuw voor 3,4% ingekocht in de TUI Group.*1

In oktober, een maand na het omvervallen van Thomas Cook, noteerde het TUI-aandeel 12.43 euro, vorige week 3.05 euro.

Ook de Expedia-groep heeft ondertussen een nieuwe aandeelhouder, het private equity fonds Melvin Capital Management dat vorige week zo’n 5% kocht. Eind vorig jaar stond Expedia op 135.36 dollar, vorige week op 54.12 dollar. En ondertussen stijgt de koorts in Nederland over een eventuele verkoop van de 6% KLM-aandelen van de Nederlandse overheid en 14% van de AF-KLM groep.

Ook bij Ryanair heeft Bank of America zijn aandeel vergroot. Begin 2020 stond het 16.10 euro, vorige week de helft. Institutionele beleggers en private equity fondsen bezitten zo’n goeie 40% van Ryanair.

En zoals de collega’s van het Franse online blad La Quotidienne schreven, blijft de familieholding van Gérard Brémont – de legendarische stichter en president van Pierre&Vacances (en vandaag ook Center Parcs) – sterker dan ooit aan het roer in de groep (SITI), na de teruggave van 10% aandelen in 2018 van de in de problemen geraakte Chinese holding HNA. Ook hier is de koers op één maand tijd voor twee derde gezakt naar 11 euro.

En nog zijn we niet aan het einde van de financiële zorgen voor bepaalde sectoren in onze industrie.

Zoals bekend stond 1 april 2020 – d.w.z. volgende week woensdag rood aangestipt bij alle IATA-agenten in de Belux-markt om de verplichte switch van tweewekelijkse betalingen naar wekelijks te doen. Het joint aviation comité in ons land APJC heeft, in het licht van de corona-crisis, om een uitstel van zes maanden gevraagd, maar stootte op een categorische “njet”.

Daarenboven spelen de IATA-carriers zelf met vuur, nu drie vierde onder hen, geen “refunds” willen uitbetalen maar enkel een waardebon. Sommige carriers, aldus een prominent IATA-agent, schenden de IATA regels door bijv. een volledig refundable business ticket niet te willen terugbetalen.*²

Al jaar en dag wordt in beroepskringen steen en been geklaagd dat IATA, een reus op lemen voeten, volledig in de macht zit van de grote airline-groepen en hun vaak zeer efficiënte lobbyisten.

Merkwaardig is dat vandaag de klassieke “legacy” carriers heel moeilijk doen terwijl de low costs van deze wereld à la Easyjet en Ryanair “in sommige gevallen” de beste leerlingen van de klas zijn om het proces van de refund-procedure makkelijk in gang te zetten!

 

Robrecht Willaert, hoofdredacteur Travel Magazine

 

*1 TUI’s grootste aandeelhouder is Unifirm Limited, eigenaar van de Russische miljardair Alexy Mordashov zijn familie met 24,95% van de aandelen. Ondertussen gaat de TUI groep in Duitsland een overheidssteun van, naar berichten van het nieuwsagentschap Bloomberg, bijna 2 miljard euro krijgen via de overheidsbank KfW (80% van KfW en de resterende 20% van commerciële bankinstanties). KfW is Duitsland’s tweede grootste bank per balans.

Terwijl Singapore Airlines met 96% vliegtuigen aan de grond een 13 miljard dollar lifeline bekomen heeft via Singapore’s grootste bank DBS Group, samen met de grootste aandeelhouder Temasek Holdings.

*2 Ook Jean-Pierre Mas, de Franse voorzitter van EdV, Entreprises de Voyages, heeft een open brief gestuurd naar de voorzitter van IATA, Alexandre de Juniac, over de niet-consequente houding van de meeste airlines i.v.m. de noodzakelijke refunds, en de dreiging juridisch de niet gevlogen tickets vast te zetten (zie link www.tourmag.com > IATA EdV se fâche). Ook in Israel heeft de beroepsvereniging ITTAA deze week een kortgeding aangespannen tegen IATA omdat de airlines de noodzakelijk en legale refunds niet honoreren.

Comments