Het allerbeste van Zwitserland werd gegroepeerd in het project ‘Grand Tour of Switzerland’, een onvergetelijke rondreis van 1600 kilometer waarbij je iconische ritten per trein en/of auto naadloos kan combineren. Herbeleef jeugdherinneringen of grif er nieuwe in je geheugen.

Geniale Grand Tour

Tekst & foto’s Gerrit Op de Beeck

 

In Bad Ragaz zijn de feestelijkheden reeds begonnen. Achttien bejaarden, een kunstwerk van de Duitse Christel Lechner, dansen er de polonaise. Levensgroot. Onder een stralende zon. Het is een van de 400 werken van 77 artiesten uit 17 landen die hier dit jaar de nationale Triënnale uitmaken, voor de zevende maal georganiseerd. Mooier kunnen we onze tour niet starten.

Vier wielen, veel bergen

De Grand Tour of Switzerland is een uitgetekende rondreis van 1600 kilometer die het mooiste van Zwitserland samenbrengt. De cirkeltour brengt je door vier verschillende taalregio’s en vijf Alpenpassen, en langs 22 meren en elf Unesco-Werelderfgoedsites. Bovendien werden iconische treinritten zoals de Bernina Express en de Glacier Express verwerkt in het uitgekiende parcours. Met andere woorden: Zwitserland op zijn best, maniakaal voorbereid via brochures, een eigen reisgids, een eigen landkaart en een boekje over de participerende hotels. Het geheel is het perfecte antwoord op wat de meerwaardezoekende reiziger vandaag wil: beleving. En duidelijke informatie als ondersteuning.

…Baby you can drive my car, Yes I’m gonna be a star…

De rit van Bad Ragaz naar Davos voelt alsof we met de wagen door een decor van Märklin-treintjes zoeven. Is dit echt? En is dat kerkje geen legpuzzel van 2000 stuks? Weg 28 brengt ons naadloos op het parcours van de Grand Tour –die zijn eigen wegwijzers heeft– en zo tot Davos. Dit bergdorpje op 1500 meter hoogte, naar eigen zeggen het hoogste stadje in de Zwitserse Alpen (al de rest moet zich dorp noemen), komt vooral in het nieuws met haar World Economic Forum (WEF) dat hier jaarlijks in januari georganiseerd wordt. In 1974 startte men met politici uit te nodigen, en ondertussen is het event uitgegroeid tot een hoogmis met werelduitstraling die het slaapstadje op de wereldkaart heeft gezet. ’s Avonds laten we ons verwennen met een plank gedroogd vlees en Alpenkazen in restaurant Pulsa, waarbij een prima fles Bovel, een lokale pinot noir, geschonken wordt. Daarna leggen we ons hoofd te rusten in het Sunstar Boutique Hotel Klosters, waar we met de terrasdeur open slapen. ’s Morgens zien we de zon langzaamaan de toppen van de bergen overwinnen, terwijl gastvrouw Anja en gastheer Edgar een prima ontbijtje prepareren.

Bocht na bocht

Echte chauffeurs kennen dat gevoel, wanneer mens en machine één worden, de motor met het juiste toerental draait en bochten aangesneden worden zoals het in de betere rijscholen aangeleerd wordt. Of aangeleerd zou moeten worden. De Flüelapas, gelegen in het kanton Graubünden, is de start van onze dag. De weg klimt tot een hoogte van 2383 meter en is daarmee de op vier na hoogste van Zwitserland. Over de bergpas loopt de zogenaamde ‘Hauptstrasse 28’, die Davos met Zernez verbindt en intrinsiek onderdeel uitmaakt van de Grand Tour. De pas werd reeds in 1867 aangelegd -in een tijd dat veel bergpassen werden geopend in Graubünden- en werd later verbreed en gemoderniseerd. Nu geldt de Flüelapas als een van de beter uitgebouwde passen van Zwitserland. Sinds de openstelling van de Vereina-treintunnel in 1999 wordt de pas niet meer opengehouden in de winter, wat een ritje nog exclusiever maakt. Vanuit Davos stijgt de weg geleidelijk boven de boomgrens uit. Daarna volgen een rist haardspeldbochten tot de pashoogte, waar zich een klein meertje, de Schottensee, heeft genesteld. We zijn niet alleen deze zonnige ochtend. Talrijke motards, een Duitse Porsche-club en een Nederlandse Mazda MX-5-vereniging klimmen samen met ons. Het uitzicht op de direct omringende woeste bergen, voornamelijk vergruisde rotsen, is uniek. Eens de top over, rijden we heel snel terug door bossen om dan via een korte, venijnige klim het dorp Guarda te bereiken. Dit typisch berggehucht is zo oud en authentiek dat we ons in een filmdecor wanen. Guarda behoort dan ook tot het mooiste wat het Unterengadin te bieden heeft en werd vanwege zijn voorbeeldige renovatie uitgeroepen tot ‘dorpsbeeld van nationale betekenis.’ In 1975 ontving het een eervolle prijs voor zijn ongerepte dorpskern, bekend om de prachtige, met sgraffito versierde Engadiner huizen uit de vroege 17de eeuw. Van eenzelfde orde, tenminste wat reputatie betreft, is onze lunchplek: het terras van Hotel Parc Naziunal Il Fuorn. Dit is het enige hotel in het enige nationale park van Zwitserland… een land dat anderzijds bijna één groot park is.  De inrichting en stijl, Bündner alpenden- en larikshout, bepalen de ambiance. Leuk extraatje: het Zwitserse Nationale Park werd opgericht in 1914 en is daarmee ook het oudste park van de Alpen.

Panoramisch sporen en historisch slapen

En dan gaat het in gestrekte pas naar Sankt Moritz, de winterbestemming van de pelsjassenjetset, waar ook James Bond in ‘The Spy Who Loved Me’ zich uitleeft. Onder de habitués is Koning Carl Gustav van Zweden maar één van de talrijke vips in Sankt Moritz, ook wel de feestzaal van de Alpen genoemd. Maar wij hebben andere plannen: eerst en vooral de notentaart van Confiserie Hanselmann, gemaakt naar een recept van 124 jaar geleden. Ook een feest! En dan de hoofdschotel: een rit met de legendarische Bernina Express. We ruilen onze vier wielen voor sporen. De Bernina Express is de meest spectaculaire tocht door de Alpen. De route is uniek en combineert een verscheidenheid aan landschappen en hoogteverschillen die via 55 tunnels, 196 bruggen en steile tandradstukken met elkaar verbonden worden. We nestelen ons in het pluche van de panoramische wagons en laten ons rijden. Het Märklin-gevoel van gisteren is nu realiteit. In Alp Grüm drinken we koffie, in Poschiavo -het is ondertussen valavond- nemen we onze intrek in het roemrijke Hotel Albrici à la Poste, een palazzo (Italië loert om de hoek) uit 1682 dat in 1848 verbouwd werd tot hotel en nu nog steeds meerwaardezoekers uit de ganse wereld te slapen legt. Je legt er je hoofd dan ook te rusten is een levend museum, lid van de Swiss Historic Hotels-collectie.

Dak van Graubünden

Onze Zwitserse traditie van gisteren, zeg maar slapen in een museum waar de geesten van de Illuminati nog steeds ronddwaalden, staat in schril contrast met de hippe rooftopbar van Hotel Nira Alpina, een boogscheut buiten het mondaine Sankt Moritz, waar we nu lunchen nadat we met de Bernina Express vanochtend retour reden en onze wagen ophaalden. Dit stijlvol adres, lid van de Design Hotels, belichaamt alles wat het moderne Zwitserland kan uitstralen. Noem het een moderne versie van een Zwitsers chalet: dezelfde materialen, geüpdatete vormgeving.  De Corvatsch is met zijn 3451 meter een van de toppers in het kanton Graubünden en behoort tot het skigebied van Sankt Moritz. En op stationhoogte 3303 meter drinken we deze zondagochtend onze koffie. We zijn de eerste en voorlopig enige gasten op deze prachtige dag die met de kabelbaan via één overstap de 1433 meters hoogteverschil overbrugden. Het uitzicht is adembenemend, geluid afwezig. We zouden hier de ganse dag kunnen blijven en genieten van de hoogtezon, maar de weg roept. Eerst is dat de Julierpas, waar een lokaal event van wielertoeristen de route een andere intekening geeft. Vandaag zijn overduidelijk de fietsers baas en dat maakt dat we er iets langer over doen tot het terras van restaurant Solisbrücke. Dat terras is op zich niets speciaals, ware het niet dat hier meermaals per dag een van de roemrijke Zwitserse bergtreinen voorbijspoort, op het viaduct hoog boven je tafel. Alleen enkele motards hebben meer aandacht voor hun rösti dan voor de knalrode treinklassieker.

Zaten we vanochtend nog tussen de bergkoeien en de Alpenkaas, rijden we ’s namiddags Italië binnen. Tenminste, figuurlijk, maar zo voelen we ons en zo toont alles zich ook. Logisch: tot in de zestiende eeuw was Ticino Italiaans. Dat heeft overduidelijk zijn sporen nagelaten. In dit zuidelijkste kanton van Zwitserland is het Italiaans nog steeds de eerste en officiële taal, is het klimaat zuiders –tien graden warmer dan bij de buurkantons– zien we palmbomen en citroenen, een architectuur van veel meer palazzo dan berghut.  En de tractor is vervangen door een Alfa Romeo of Vespa. Geen ‘guten Tag’ maar ‘buongiorno’. Eerst bezoeken we kasteel Castelgrande in Bellinzona, door de Unesco in 2000 geklasseerd als Werelderfgoed. In tegenstelling tot andere vergelijkbare monumenten in Europa zijn de drie kastelen van Bellinzona bijna volledig in originele staat gebleven, omdat dit kanton deel werd van het Zwitsers Eedgenootschap en sindsdien permanent vrede kende. Daardoor was uitbreiding of verbouwing van de muur ter bescherming van de stad niet meer nodig. Of zoals de Unesco het omschrijft: “Het is een uitstekend voorbeeld van een laat-middeleeuws gebouwencomplex, dat een strategische pas en toegang tot de Alpen heeft bewaakt.”

Net voor zonsondergang strijken we neer in Villa Orselina, een luxe-adres in de gelijknamige wijk van Locarno. Na een verfrissende duik in het prachtige openluchtzwembad dineren we op het terras met 180 graden uitzicht op het 60 kilometer lange Lago Maggiore, waarvan zich ongeveer één vierde op Zwitsers grondgebied bevindt.

Ondertussen zorgen een batterij obers ervoor dat onze bianco di merlot -de lokale witte wijn- op hoogte blijft in onze glazen. ‘Splendido’, knipoogt de sommelier.

Botanische liefde

Brissago, een klein plaatsje aan de grens met Italië, ligt op het laagste punt van Zwitserland, op slechts 197 m boven de zeespiegel, tussen de oevers van het Lago Maggiore en de steile berghellingen. Het onderste en oudste deel van het dorp schaart zich rond de prachtige renaissancekerk San Pietro e Paolo, omgeven door eeuwenoude cipressen. Brissago is niet alleen bekend vanwege zijn tabak- en sigarenfabriek, maar ook vanwege zijn eilanden, die er van bovenaf uitzien als groene vlekken in het intense blauw van het meer. Van 1885 tot 1928 heeft de Russische barones Antoinette Saint-Léger hier, op de Isole di Brissago, een botanische tuin met 1700 plantensoorten aangelegd die bedoeld was als aards paradijs. Haar opvolger, de warenhuiskoning Max Emden, zette dit werk voort, al had hij meer oog voor vrouwelijk schoon, dat hij naakt liet baden te midden het groen, dan voor een kaneelboom uit de Himalaya die naar kamfer ruikt, een gladiool uit Madagascar of de naakte cipres uit de Noord-Amerikaanse moerasgebieden, waarvan de stam in het water duikt. De ingelijste zwart-witfoto’s in de neoklassieke villa bewijzen dat, zo merken we die middag, nadat we vanuit Ascona door Italiaanse zoetwatermatrozen met grote zonnebrillen, getaande huid en té lange haren in twintig minuten naar hier werden gevaren. Exotisch kan verschillende invullingen hebben, moet hij gedacht hebben.

Roubaix in de bergen

De Gotthardpas was tot de aanleg van de Gotthardtunnel een drukke noord-zuid-verbindingsweg over de Alpen, de belangrijkste in Zwitserland. Wat niet iedereen weet is dat de oude weg (uit 1827) ook nog gebruikt kan worden. Deze heeft de naam ‘Via Tremola’ en bestaat voor een groot deel uit klinkertjes én telt ook nog eens 37 haarspeldbochten. Deze weg is een must voor elke autoliefhebber en een uitdaging voor elke fietsliefhebber. Het is warm als we in Airolo beginnen aan de klim van de Gotthardpas, ofwel de ‘San Gottardo’. Maar een half uurtje later is de 29 graden gereduceerd tot 14. Zelfs de Romeinen omzeilden de massieve Gotthard. Pas rond 1200 nam de ontwikkeling van de pas een vlucht, met de ontsluiting van de Schöllenenkloof tussen Göschenen en Andermatt. In 1882 werd de beroemde treintunnel en daarmee de doorgaande Gotthardspoorlijn geopend, een kleine 100 jaar later volgde de snelwegtunnel. Maar wie door de tunnel rijdt, mist dus iets: de met kinderhoofdjes bestrate Tremola, ook wel het langste monument van Zwitserland genoemd.

Kruispuntpolitiek

Ons bed voor de nacht staat in de vallei, in Andermatt: ooit een populaire toerismeplek omwille van haar ligging, op een knooppunt van bergpassen, wegen en spoorlijnen. Maar niets is voor eeuwig. Toen Andermatt vele jaren geleden een grote militaire basis werd, smolt de aandacht als sneeuw onder de Zwitserse zon. Tot enkele jaren geleden de Egyptenaar Samih Sawiris met zijn bedrijf Orascom Andermatt The Chedi schonk, een fantastisch luxehotel. Het zette het dorp meteen terug op de kaart. Ondertussen bouwt de zakenman nog een hotel en een ganse woonwijk met appartementen, huizen en chalets. Kevin en Sarah, eigenaars van het boetiekhotel The River House, waar we onze intrek nemen onder het dak in een ruime loftkamer, pakken de zaken alvast anders aan. Kleinschaliger vooral. “Eigenlijk was ons plan een b&b te openen”, vertelt Kevin. “Het werd een charmehotel met acht kamers en een bar/café. Hoe dan ook blijven we atypisch, niet alleen met onze stijl, maar ook omwille van de eco-aanpak. We besteden echt veel aandacht aan duurzaamheid en energie.”

Keuzes maken

De volgende middag permitteren we ons nog een allerlaatste Zwitserse praline: de Glacier Express. Een Zwitserlandreis zonder treinen is als een priester zonder kruisbeeld: onvolledig. Bovendien rijden ze hier met een precisie van een atoomklok, zijn ze spic and span onderhouden en sluiten iconische routes in beide richtingen aan op een fijnvertakt netwerk dat je toelaat naadloos in alle windrichtingen rond te sporen, en dat via het voordelige systeem van een railpass. Kortom, geen excuses om het links te laten liggen. Plus, in vergelijking met de Zwitserse spoorvriendelijkheid zijn de Japanners een bende amateurs. “Welkom in de traagste sneltrein ter wereld”, lacht de stijlvol geüniformeerde Portugees Kim ons toe. Hij heeft de rode loper op het perron uitgerold en de gouden paaltjes opgesteld, en hij stelt zich voor als de butler van de dag. Tot het eindstation zal hij ons in ‘zijn’ Excellence Class –met ruimte voor maximum 20 passagiers gezeten in witlederen First Class-zetels- verwennen met drankjes (van koffie tot champagne) en een exquise vijfgangenlunch. Excellence is een totaal nieuw product dat in de lente van 2019 gelanceerd werd en treinreizen terug moet flitsen naar de grandeur van destijds; denk gerust aan de Orient-Express. Dat brengt de reismogelijkheden aan boord van de Glacier Express -een rit van bijna acht uur- op drie mogelijkheden: tweede, eerste en Excellence Class. Die acht uur over net geen 300 kilometer spoor lijkt op het eerste gezicht lang, maar onderweg wachten je wel twee Unesco-sites, 291 bruggen, 1600 meter hoogteverschil, 91 tunnels en 30 kilometer tandradaandrijving. En dat alles sinds 1930. Het gereputeerde tijdschrift Monocle plaatste het nieuwe Excellence-product in haar jaarlijkse Escapist-reisgids zonder pardon prompt in de top-50 van ’s werelds meest opmerkelijke innovaties. Of hoe de Zwitsers mooi inspelen op de noden van het nieuwe treinpubliek (de populariteit annex reservaties nemen elk jaar met circa 25 procent toe!) dat historische routes wil beleven in hedendaags comfort met een restaurantwaardige maaltijd tot en met een perfect gekoeld glas bubbels.  En die norm hanteert Kim met bravoure. De man is uit het goede hout gesneden. Na de ochtendkoffie start hij klokslag elf uur met een glas champagne. Gerekt doorheen de middag, soms in functie van bezienswaardigheden onderweg, volgen nog canapés, gerookte forel, een soepje, steak, regionale kazen en chocoladegebak, alles overgoten met de nieuwe generatie Zwitserse wijnen. Wanneer we ’s avonds inchecken in het Kurhaus Bergün -een pand uit 1906 met zorg gerenoveerd zonder aan het historisch karakter te raken- meldt de gastvrouw dat het diner geserveerd wordt in kleine restaurant. Wanneer we haar vertellen dat we net goed doorvoed van de Glacier Express stapten, lacht ze begripvol. “We hebben een prima lokaal bier van het vat in de bar. En het is zalig zitten op het terras. Maar lederen zetels zoals op de trein kan ik jullie niet bieden.” Ze knipoogt.

Praktisch:

Er zijn geen officiële regels, de Grand Tour of Switzerland doe je hoe je wil, wanneer je wil. Dit is geen rally, maar een prachtig uitgekiend parcours dat ondersteund wordt met een eigen landkaart, een exclusieve Trotter-reisgids, een hotelbrochure en aanvullende infobrochures. De route is ook fysiek bewegwijzerd; het logo is een rood schild. Waar beginnen of eindigen, in wijzerzin of tegenwijzerzin… het maakt allemaal niet uit. Houd er rekening mee dat in de wintermaanden vele historische bergpassen gesloten zijn. Op termijn wil men de route zo ondersteunen dat ze integraal per elektrisch voertuig gereden zal kunnen worden. Nu ontbreekt het hier en daar nog aan laadpalen. En aan de juiste mindset.

Travel Magazine reisde op uitnodiging van de nationale Toeristische Dienst: Switzerland Tourism. De regionale diensten van Graubünden, Ticino en Andermatt voorzagen de lokale support. Europcar leverde de wagen. Voor de vluchten Brussel-Zürich waren we te gast bij Swiss.

Aanbevolen hotels onderweg:

  • Sunstar Boutique Hotel Albeina Klosters: authentiek chalet te midden het groen en uitzicht op de bergen. Voor wie het klassieke postkaart-Zwitserland beoogt.
  • Hotel Nira Alpina, Silvaplana: top designhotel met ruime kamers aan de voet van de kabelbaan. Zeer sfeervol en modern adres. Hippe bar, zeer goed restaurant.
  • Villa Orselina, Orselina: Italië ontmoet Zwitserland. High-end klassieke en formele luxe. Uniek terras met 180 graden uitzicht op het meer en de bergen.
  • The River House Boutique Hotel, Andermatt: knus adresje in dit kil bergstation. Alles is hier een beetje anders.

Alle info:  MySwitzerland.com/grandtour

 

Comments