Analyse, Cruise

Cruise Europe Conference in Zeebrugge: milieu domineert

Patrick Parez, Senior Cruise Editor

Zo’n 120 vertegenwoordigers van Noord-Europese havens, 17 cruiserederijen, toeleveranciers en organisaties als de Cruise Lines International Association (CLIA) en CruiseMed woonden in Zeebrugge vorige week de jaarlijkse Cruise Europe Conference bij. De organisatie bundelt 140 havens in 20 landen langs de Atlantische kusten, de Britse eilanden, het Balticum en Noorwegen, IJsland en de Faeröer. De organisatie van het congres roteert tussen deze vier regio’s. Nadat St. Petersburg vorig jaar het congres ontving, was deze keer Zeebrugge aan de beurt. In 2020 fungeert Edinburgh als gaststad. De deelnemers bezochten tijdens hun vierdaags verblijf Brugge, Gent en Brussel en woonden in de cruiseterminal in Zeebrugge een congres bij. Centraal op die bijeenkomst stond het milieu en de duurzaamheid.

foto: Jens Skrede (Managing Director Cruise Europe), Rob Mason (Head of Cruises Forth Ports/Edinburgh) en Piet Vandenkerkhove (PR Port of Zeebrugge)

Kapitein Hernan Zini, VP Worldwide Port Operations bij Royal Caribbean International opende de congresdag met een overzicht van de cruise-industrie. Het aantal passagiers steeg in Europa tussen 2008 en 2017 met maar liefst 55 procent tot 6,94 miljoen gasten. De cruises maken evenwel amper één procent van de toeristische activiteit uit. Het is dan ook onterecht dat de sector met de vinger wordt gewezen als de grote vervuiler en de overlastbezorger in de toeristische centra. Dit leidt tot eenzijdige en vaak politiek geïnspireerde beslissingen waarbij de schepen worden geweerd of extra belast.

De cruises leveren in Venetië bijvoorbeeld amper 3 procent van de bezoekers en toch wordt de sector er als de grote boosdoener gezien. Amsterdam voerde begin dit jaar een toeristenbelasting in voor de cruisepassagiers. Diverse maatschappijen besloten daarop deze zomer de Nederlandse haven te mijden. Dick de Graaff, managing director van de Passenger Terminal Amsterdam is over de beslissing van de gemeente helemaal niet te spreken. Volgens hem wordt met deze maatregel precies de kwaliteitstoerist gestraft. Uit PTA-cijfers blijkt dat een cruisebezoeker tijdens een gemiddeld verblijf van zes uur 92 euro spendeert. Passagiers die in Amsterdam in- of uitschepen of er verblijven tijdens een overnight pompen 240 euro in de lokale economie.

foto: Anders Bang-Andersen (Head of Cruise Operations City of Stavanger) en Dick de Graaff (Managing Director Passenger Terminal Amsterdam)

Milieu-inspanningen beter communiceren

De cruiserederijen leggen heel wat inspanningen aan de dag om de luchtverontreiniging te beperken. De initiatieven halen echter zelden of nooit het nieuws. Volgens Michael McCarthy, voorzitter van Cruise Europe, hebben de cruiserederijen alle belang bij een proper milieu, maar betalen ze de prijs voor hun visibiliteit. Daarom is er dringend nood aan een betere communicatie om de wereld te informeren over de getroffen maatregelen op het vlak van milieu en duurzaamheid.

Hernan Zini: “De veranderingen die we vandaag zien zijn onomkeerbaar. De sector doet zware inspanningen om energie te besparen en haar uitstoot te verminderen Dit brengt voor een kapitaalintensieve sector als de cruise-industrie zeer grote uitdagingen met zich mee.” Zini ontkent in dit verband dat de grootste schepen de zwaarste vervuilers zouden zijn. “Nieuwe cruiseschepen zijn uitgerust met de meest innovatieve oplossingen en hebben de kleinste ecologische voetafdruk per klant. Zo gebruikt Symphony of the Seas die vorig jaar in de vaart kwam maar liefst 25 procent minder energie dan het zusterschip Oasis of het Seas dat in 2009 werd gelanceerd.”

foto: kapitein Hernan Zini

Royal Caribbean en andere rederijen beperken het energieverbruik door de romp hydrodynamischer te maken, luchtbellen onder de romp te blazen om de weerstand van het water te verminderen, hun vaarschema’s aan te passen zodat er trager wordt gevaren, de restwarmte van de motoren aan te wenden voor de productie van warm water, ledverlichting te installeren, energiebesparend glas te plaatsen of koud zeewater te gebruiken in hun airconditioning. De cruiseschepen voorzien via evaporatie en omgekeerde osmose ook steeds vaker in hun eigen drinkwatervoorziening.

Opvallende details: door allerlei besparende maatregelen ligt het gemiddeld waterverbruik aan boord van een cruiseschip de helft lager dan in een woning aan land. Ook levert een doorsnee cruiseschip in de haven maar 167 gram afval per persoon per dag af. Op het vasteland bedraagt het restafval circa 410 gram. Havens worden ook steeds strenger in de ontvangst van herbruikbaar afval. Wist je dat personeel op de schepen alle limoenschijfjes uit de lege flesjes Corona moet halen? Anders is het afgeleverde glas vervuild en krijgt het schip een boete opgelegd.

Aardgas en walstroom

Op dit ogenblik heeft iedereen de mond vol van vloeibaar aardgas en walstroom. Deze systemen zijn een stap in de goede richting, maar zeker niet de ultieme oplossing. Om te beginnen stellen zich problemen met de bevoorrading van de LNG-schepen. Weinig havens zijn hiervoor uitgerust, terwijl er nog maar weinig LNG-bunkerschepen rondvaren. De Engie Zeebrugge is één van de eerste speciaal voor LNG-bunkering ontworpen schepen.

Walstroom kan een oplossing zijn, maar hier stelt zich de vraag hoe de elektrische stroom wordt opgewekt. De stroom in Zuid-Noorwegen komt bijvoorbeeld van Duitse energiecentrales en is helemaal niet groen. Daarbovenop komt nog dat het elektriciteitsnet in de kleine Noorse gemeenschappen onvoldoende zwaar is om te voldoen aan de noden van de cruiseschepen. Walstroom heeft echter ook technische beperkingen. Het duurt namelijk tot 20 minuten om over te schakelen tussen walstroom en scheepsgeneratoren. Dit betekent dat een schip bij een plotse weersverandering of in een noodsituatie niet meteen kan reageren.

Nood aan universele normen

De rederijen zijn er bovendien niet over te spreken dat landen en havens internationale afspraken een eigen interpretatie geven of wetten uitvaardigen die haaks staan op de beslissingen van de International Maritime Organisation (IMO). Zo moet de scheepvaart in gebieden met een zwaveluitstootbeperking gaswassers installeren. Schepen hebben de keuze tussen drie types van exhaust gas cleaning systems (EGCS) om deze rookgassen te ontzwavelen: scrubbers met een gesloten circuit, systemen met een open circuit die zeewater gebruiken en het nadien weer lozen en hybride systemen die de twee combineren. Dit leidt tot een situatie waarbij (cruise)schepen met een open systeem hun uitstoot onder meer in Vlaanderen door de wetgeving op de bescherming van de oppervlaktewateren niet kunnen reinigen, maar anderzijds boetes riskeren als ze hun uitlaatgassen niet behandelen. Zij worden met andere worden verplicht over te schakelen op lichtere en veel duurdere brandstoffen. Internationale wetenschappelijke studies tonen evenwel aan dat het restwater van deze gaswassers geen schade berokkent aan het milieu.

Bepaalde havens beginnen om milieuredenen zelfs schepen te straffen of te weigeren. In Noorwegen gebruiken steeds meer havens de Environmental Performance Index (EPI) voor de berekening van de haventaksen. Wie het meest vervuilt, betaalt de hoogste taksen. Bergen, de belangrijkste cruisehaven in Noorwegen, gaat vanaf mei nog een stap verder. De ‘Gateway to the Fjords’ is afgestapt van het principe van ‘first come, first served’. De toekenning van de kaden gebeurt volgens de woordvoerster voor Port of Bergen voortaan op basis van de ecologische voetafdruk. Bovendien besliste het stadsbestuur om op eenzelfde dag nog maar drie cruiseschepen en een maximum van 8.000 passagiers toe te laten.

Spitsbergen hanteert nog andere spelregels. Daar moeten de rederijen niet alleen op lichte brandstoffen varen, maar mogen ze bovendien geen zware scheepsdiesel vervoeren. Dit betekent dat de kapiteins er moeten voor zorgen dat hun volledige voorraad zware diesel is opgebruikt voor ze de wateren rond Spitsbergen betreden.

De rederijen benadrukten op de conferentie dat elke haven een schakel vormt in de ketting. Als schepen bepaalde havens niet meer kunnen bezoeken, kan de hele vaarroute in het gedrang komen. In sommige gevallen is het zelfs mogelijk dat rederijen een bepaalde regio uit hun programma moeten schrappen.

Foto: Paul Wauters en Nadine Brasseur van Antwerp Cruise Port

Schakels in een ketting

De cruisemaatschappijen stippelen hun routes uit op basis van hun profiel, de rentabiliteit, de beschikbare infrastructuur, de gastentevredenheid en de oorsprong van de klanten. AIDA en TUI Cruises varen bijvoorbeeld heel vaak vanuit Duitsland zodat hun klanten met eigen vervoer de inscheephavens kunnen bereiken. Seadream Yacht Club en Ritz-Carlton Yacht Collection bekenden op het congres dat ze havens mijden waar diezelfde dag een of meerdere resortschepen afmeren. Ook Disney Cruise Line gaf toe dat zij vooraf contact opneemt met de havens om te informeren hoeveel schepen er tijdens hun aanloop afgemeerd liggen.

Hoe exclusiever de rederij, hoe meer het bedrijf naast de grote, klassieke havens ook alternatieve locaties opzoekt. Dit biedt de kleinere, minder bekende bestemmingen in de Cruise Europe-regio kansen. Volgens Carnival UK kunnen deze laatste een antwoord bieden op het overtoerisme in de grote toeristische centra. Europese gasten en terugkerende cruisers zullen deze alternatieven evenwel makkelijker aanvaarden dan pakweg de Amerikanen die één keer Europa bezoeken en absoluut de must see-bestemmingen willen bezoeken.

De nationale toeristische diensten zouden in hun promotie ook meer aandacht moeten hebben voor de (kleinere) cruisehavens. Vandaag gebeurt dit te weinig omdat de cruiseaanlopen geen overnachtingen opleveren. Holland America Line merkt op dat meer en meer havens die rol overnemen en op hun website informatie plaatsen over de toeristische bezienswaardigheden en excursiemogelijkheden.

Ook de leeftijd van de gasten speelt een rol in de keuze van aanloophavens. De vertegenwoordiger van P&O en Cunard bevestigde dat de nieuwe, grotere schepen jongere vakantiegangers aantrekken die actieve belevingen zoeken. Disney gaf zelfs een concreet voorbeeld waarbij in Italië de ouders monumenten bezoeken terwijl de kinderen op een andere locatie pizza leren bakken. Over de middag proeft het hele gezin dan samen deze pizza’s. Volgens Cruise & Maritime Voyages halen de rederijen 20 procent van hun inkomsten uit de verkoop van excursies. Dit gegeven speelt dan ook een belangrijke rol in de keuze van aanloophavens. Havens en touroperators moeten daarom unieke belevingen kunnen aanbieden. In Brugge waren diverse rederijen in dit verband enthousiast over hun bezoek aan het chocolade-atelier van Dominique Persoone. Die rondleiding zal de volgende jaren ongetwijfeld op diverse excursieprogramma’s staan.

foto: Steven Young (VP Port & Shore Operations P&O Cruises & Cunard), Peter Degroote (havenkapitein Port of Zeebrugge), Michael McCarthy (voorzitter Cruise Europe) en Piet Vandenkerkhove (PR Port of Zeebrugge)

Promotie voor Zeebrugge

Uit de reacties van de deelnemers blijkt alvast dat Cruise Europe kan terugblikken op een succesvol congres. Ook Piet Vandenkerkhove die namens het Zeebrugse havenbestuur het event organiseerde, spreekt van een geslaagde editie. “De bijeenkomst was een geweldig networkingevent. Sommige deelnemers vonden deze Cruise Europe Conference zelfs beter dan de Seatrade-bijeenkomsten doordat het event zich meer richt op onze regio. Door de kleinschaligheid kreeg bovendien iedereen de kans om te praten met de vertegenwoordigers van de rederijen. De cruisemaatschappijen van hun kant kunnen nu een gezicht kleven op de mensen die ze voorheen enkel aan de telefoon hadden gesproken.” De conferentie was voor Zeebrugge ook een gelegenheid bij uitstek om haar nieuwe cruiseterminal te tonen aan de rederijen. “Zeebrugge is jaarlijks goed voor 400.000 transitpassagiers. Met onze nieuwe infrastructuur hebben we de ambitie om een (gedeeltelijke) inscheephaven te worden. 17 rederijen hebben nu met eigen ogen onze terminal kunnen ontdekken,” aldus Vandenkerkhove.

Ook De Buck Travel die voor de cruisesector in de Benelux alle landexcursies organiseert, is sinds kort lid van Cruise Europe. Directeur Gert Dewulf: “Het lidmaatschap geeft ons exposure naar de cruiserederijen toe en brengt ons in contact met de marine departments die een grote invloed hebben in de uitwerking van de planning.” Dewulf vond het congres alvast heel interessant. “Het is duidelijk dat het cruisegebeuren er over vijf jaar helemaal anders zal uitzien dan vandaag. De demografie, de eisen en de verwachtingen van de klanten wijzigen grondig. De aandacht gaat veel meer uit naar de beleving. Dat zien we ook in ons reisbureau. De mensen willen iets beleven, eerder dan achter de groep aanlopen. Dat wijzigt de manier waarop wij onze excursies organiseren.” Dit gegeven vergt van De Buck meer inspanningen en creativiteit. Het bedrijf nam onlangs vier extra mensen in dienst en heeft nu tien werknemers die zich exclusief bezighouden met de organisatie van de cruise-excursies.

foto: Alessandro Carollo (Head of Port Operations Royal Caribbean Cruises) en Gert Dewulf (De Buck)

Comments