Bestemmingen

São Tomé en Principe – de ontdekking van het kleinste land van Afrika

De eilanden São Tomé en Principe behoren tot de 25 minst bezochte landen ter wereld. Betrouwbare cijfers spreken van 15.000 bezoekers per jaar. “Er is hier een enorm potentieel, maar ik zie het morgen niet meteen veranderen”, zegt Manu Donck van touroperator Africa by Excellence.

São Tomé en Principe, een voormalige Portugese kolonie, heeft vele bijnamen. Zo verwijst ‘eilanden van het midden van de wereld’ naar hun ligging op de evenaar en ‘chocolade-eilanden’ naar de gegeerde cacaoproductie, ooit de grootste ter wereld. De eilanden zijn vulkanisch van origine maar gelukkig niet langer actief. Ze hebben flink wat in hun mars: paradijselijke stranden, kristalhelder zeewater, maagdelijke oerwouden vol inheemse planten en talrijke plantages waar cacao, vanille en palmolie gewonnen wordt. Ondanks die rijkdom, een stabiel politiek klimaat en een zeer vriendelijke bevolking, ziet men hier zelden reizigers. Dat verklaart meteen hun andere bijnaam: de ‘vergeten eilanden’.

Vergeten dorpen, vergeten eilanden.

Is daar iemand?

Het luchthavengebouw van São Tomé International Airport heeft meer iets van een vergeten treinstationnetje en buiten staan locals te wachten op hun arriverende reizigers. De sfeer is puur Afrikaans. Back in time, l’Afrique profonde: puur zwart Afrika, maar dan zonder de pejoratieve bijklank van schimmigheid annex onveiligheid. Over verharde wegen die naam onwaardig scheuren we met een Toyota-hotelbusje richting Club Santana, het tweede beste hotel van het eiland. Onderweg de klassieke taferelen: ontelbare traag wandelende voetgangers (leve, leve, zegt men hier) lichten plots op in de kruislichten van het busje. Straatverlichting is onbestaande, net als een voertuig of motor waarvan alle lampjes die moeten branden ook effectief branden. Een half uur later betreden we een airco-gekoelde bungalow in het equatoriaal bos van Santana, uitvalsbasis voor de komende twee dagen. Het voelt alsof we met de teletijdmachine van professor Barabas hier ingeflitst werden. Vanochtend was het nog winter in Lissabon, nu piekt de thermometer op exact dertig graden.

Afrika zonder dieren

Chauffeur Adi en gids Tino behoren tot de 280.000 inwoners van dit land, maar in tegenstelling tot de meesten teren ze niet op een staatsjob of behoren ze tot het leger werklozen. Nee, deze jongens zijn op de kar gesprongen van het ontluikende toerisme en hebben in dienst van incoming agent Navetur van eilandtochten hun specialiteit gemaakt. Vandaag trekken we langs de oostkust tot het meest zuidelijke punt van São Tomé: dat is vanuit het hotel exact 87 kilometer rijden. Maar gezien de staat van de weg, de te doorkruisen dorpjes inclusief plots overstekende straathonden, zullen we daar een paar uur over doen. Eerste stop in het kustdorpje Angolares waar we even de benen strekken en ons vergapen aan de rudimentaire markt. Van dan af wordt het alleen maar ruiger en groener. Met de kegelvormige Pico Cão Grande als referentiepunt in de verte hotsen we rond het middaguur het paradijselijke Praia Cabana op, een van de mooiste stranden van São Tomé, waar een ondernemende familie tafels verhuurt en eenvoudige lunches aanbiedt. Maar de vis is vers en de lokale Rosema-pils ijskoud. Na een afrondende zwempartij en een bezoekje aan de wilde Praia Piscina, bollen we bij warm namiddaglicht retour. Onderweg overstelpt Tino ons met weetjes. Dat meer dan de helft van de bevolking jonger is dan 25, dat meer dan zestig procent van de inwoners van São Tomé nog nooit het andere eiland Principe bezocht heeft. En dat wie hoger onderwijs wil lopen sowieso naar het buitenland moet. Wie ingenieur wil worden trekt naar Portugal, voor dokter word je in Cuba verwacht. Advocatuur studeer je in Angola en een militaire carriere begin je in Brazilië. Wanneer we ‘s avonds bij de obers in het resort informeren waarom zo weinig inwoners het andere eiland Principe ooit bezochten, is het antwoord duidelijk. Een vliegtuigticket kost een maandloon, zeggen en schrijven zo’n tweehonderd euro.

   

Doodknuffelen toegelaten

Alles wat ooit met de Unesco Werelderfgoed-stempel bedacht werd, wordt in principe ondertussen doodgeknuffeld. Maar niet zo met het 31 miljoen jaar oude Principe, dat sinds 2012 het Unesco-biosfeerlogo draagt. Een Saab 340 schroefvliegtuig met Oekraïense immatriculatie in dienst van STP Airways, verzorgt dagelijks de luchtbrug tussen beide eilanden, 160 kilometer van mekaar verwijderd. Vandaag zijn we met zestien voor deze 35 minuten durende vlucht. Het diepgroene Principe –twintig kilometer lang, twaalf kilometer breed en zesduizend inwoners rijk– maakt net als São Tomé deel uit van een uitgedoofde vulkaanrug. Vanuit de lucht is deze eilandstaat op 250 kilometer voor de kust van Gabon een groot oerwoud, met alleen een landingsbaan als een voetbalveld uitgehakt tussen de palmbomen. Drie brandweerlui (u herkent ze aan een rood t-shirt) en een bejaarde fire truck (alleen God weet waar die vandaan komt) heten ons welkom op de loeihete tarmac. Een huisvrouw met overgewicht, voor de gelegenheid gehuld in een doktersjasje dat echter niet langer wit is, meet zonder boe of ba onze temperatuur. Dat doet ze door een vreemd pistool op ons te richten. Het doet wat denken aan hoe runderen in slachthuizen worden afgeschoten. Maar we worden goed bevonden voor dienst, en tien minuten later zetten we voet aan grond in het Bom Bom-resort, genoemd naar het gelijknamige mini-eiland aan de noordkust van Principe. Bom Bom (letterlijk: goed-goed) is het verhaal van de Zuid-Afrikaanse IT-miljardair Mark Shuttleworth. Eerst lanceerde hij zich als eerste Afrikaan in de ruimte (in 2002 betaalde hij om aan boord van de Sojoez-TM34 naar een ruimtestation geschoten te worden), later tuurde hij op Google Maps naar een leuk eilandje waar hij gegarandeerd alleen zou zijn. Het werd Bom Bom. En Shuttleworth werd meteen een toeristisch visionair. Bom Bom Resort opende in 2001 de deuren. Tien jaar later nam hij het over van de tweede eigenaar, een Nederlander. “Grote dromen op een klein eiland”, sprak Shuttleworth. De locals noemen hem ‘homem da luna’, de man van de maan, omwille van zijn astronautenverleden. Hoeveel hij juist betaalde voor de lease van het eiland voor minimum vijftig jaar -inclusief drie maagdelijke stranden aan de andere kant, is een goed bewaard geheim. Honderd miljoen dollar af te betalen op vijftien jaar, zou dicht in de buurt komen. Veel geld voor ‘his love affair’, waar hij destijds decompresseerde van zijn ruimtetocht, maar ondertussen ruilde hij het eiland voor het fiscaal vriendelijkere Britse Isle of Man. Maar de plannen blijven: Shuttleworths bedrijf HBD (Here Be Dragons) wil op termijn de publieke voorzieningen verbeteren –wat hij reeds deed met de luchthaven, de accommodatie uitbreiden én nog resorts bouwen –hij heeft zes percelen in optie. En zo finaal zevenhonderd eilanders op dit straatarm plekje in de oceaan werk geven. Maar alle nobele plannen zitten momenteel in de ijskast. Principe trekt dan ook maar 3.500 bezoekers per jaar. En ook al steeg het bezoekersaantal de voorbije twee jaar, het blijven marginale cijfers.

   

Beschermd nieuw leven

Bij valavond neemt de Portugese marinebioloog Ruben ons mee naar Praia Grande (letterlijk: het groot strand), ook een perceel van de Zuid-Afrikaan, waar hij een privé-project onderhoudt. Het is een groots moment vanavond, want er wordt een nest van 110 jonge zeeschildpadden (green turtles) te water gelaten. Na twee maanden hebben de medewerkers de fragiele beestjes voorzichtig uitgegraven en worden ze uitgezet. Twee medewerkers dragen de emmers naar de kustlijn en geven de baby’s de vrije loop. “Slechts vijf zullen het halen”, zegt Ruben,”De rest wordt opgevreten door vissen en krabben.” We kijken verschrikt op. “Maar stel je voor dat we er volgend jaar vijf reuzenschildpadden bijkrijgen. Dat zou toch een fantastische rijkdom zijn!” We zien ze crossen naar het strand, kinderlijk enthousiast, ook al zullen slechts enkele het finaal overleven.

Cacao in al zijn vormen

De smaak van chocolade

“Jullie komen van waar het groen groener is dan groen”, zegt onze nieuwe gids Santiago wanneer we de volgende ochtend weer landen in Sao Tomé. Vandaag geen minibusje, maar een heuse Land Rover Defender, omdat de kleinschalige plantage van Agostinho Neto zich niet echt op geasfalteerde weg bevindt. Deze restant van het ooit zo rijke plantageleven op São Tomé houdt hardnekkig stand in de globaliserende wereld. We krijgen cacao in al zijn vormen te zien -van vrucht aan de boom tot gedroogde bonen in transportzakken- en foto’s maken is geen enkel probleem. Dat was eergisteren even anders toen we stopten in een palmoliebedrijfje. De ecologische discussie daarrond laaide vorig jaar zo hoog op dat de deuren sindsdien overal dichtgaan. Maar cacao, geen probleem: daar zijn ze hier oh zo fier op. Wanneer tijdens de lunch in een lokaal restaurant dat zo lokaal is dat het geen naam heeft, een kort zomeronweer losbreekt, komen alle geuren van Afrika vrij. We eten een gegrild visje, maar we ruiken rijkelijk gras en aarde. De rit terug langs de noordelijke en noordwestelijke kustlijn van São Tome is een staalkaart van wat Afrika inhoudt. Motors met de helm aan het stuur in plaats van op het hoofd, pick ups met twintig lifters in de bak achteraan, straathonden en kippen overal, vrouwen met karrevrachten op het hoofd, kinderen die naakt in de rivier zwemmen terwijl de moeder er een wasje slaat en het nadien op de rotsen te drogen legt. Het enige wat we niet te zien krijgen, zijn fietsen. Sao Tomé slaat die fase blijkbaar over: je gaat te voet of je bent gemotoriseerd, met twee of vier wielen. Afrika onder je huid.

Travel Magazine reisde in samenwerking met touroperator Africa by Excellence en op uitnodiging van TAP.

Comments